Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 2 februari 2016
ECLI:NL:RBZWB:2016:998
werkgever/werknemer
Werknemer is op 8 april 1992 in dienst getreden bij werkgever, laatstelijk in de functie van accountmanager. Werkgever heeft in 2015 een organisatiewijziging doorgevoerd, hetgeen een nieuwe werkwijze met zich bracht. In het eerste kwartaal van 2015 kreeg iedere accountmanager een ontwikkelassessment. Blijkens een rapport d.d. 6 februari 2015 zijn de resultaten van werknemer ten opzichte van zijn collega’s zwak, hetgeen betekent dat hij veel tijd nodig heeft om nieuwe vaardigheden en bekwaamheden aan te leren. Vervolgens heeft een coachingstraject plaatsgevonden. In het eindrapport van het coachingsbedrijf van 22 juli 2015 wordt onder meer gesteld dat de prestaties van werknemer volstrekt onvoldoende zijn om te voldoen aan de eisen van een ‘accountmanager 2.0’ en dat een en ander er naar verwachting ook niet in zit. Vervolgens is gesproken over het doorlopen van een verbetertraject. Werkgever heeft, naar aanleiding van gesprekken met werknemer, op 15 september 2015 uitgesproken dat er weinig vertrouwen bestaat dat werknemer het gewenste niveau gaat halen. Werknemer heeft immers geen jaarplan gemaakt, noch heeft hij een presentatie gegeven tijdens een teamvergadering, zoals tussen partijen was afgesproken. Werknemer heeft zich op 15 oktober 2015 ziek gemeld. In een verslag van de bedrijfsarts van 28 oktober 2015 staat vermeld dat de klachten van werknemer rechtstreeks een gevolg zijn van de situatie op het werk en dat deze zullen verdwijnen indien er duidelijkheid is. Op 3 november 2015 zou een gesprek plaatsvinden tussen werknemer en werkgever. Werknemer stelde als voorwaarde voor voornoemd gesprek dat daarbij een onafhankelijke derde aanwezig zou zijn, aan welke voorwaarde door werkgever niet werd voldaan. Op 6 november 2015 zou opnieuw een gesprek plaatsvinden. Door werkgever werd medegedeeld dat, indien werknemer niet zou verschijnen, de loonbetaling per direct zou worden stopgezet. Werknemer liet weten dat hij niet bij het gesprek aanwezig zou zijn, wederom vanwege de afwezigheid van een onafhankelijke derde. Het loon van werknemer is per 6 november 2015 stopgezet. Werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden. Aan dit verzoek legt werkgever ten grondslag dat sprake is van primair wanprestatie ex artikel 7:686 BW dan wel subsidiair een verstoorde arbeidsrelatie. Werknemer verzoekt, voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, om toekenning van een (billijke) vergoeding ad € 150.000.
De kantonrechter oordeelt als volgt. (Vooreerst wordt overwogen dat de kantonrechter de arbeidsovereenkomst in de zaak met zaak-/rolnummer 4634925 AZ VERZ 15-131 op verzoek van werknemer heeft ontbonden. Werknemer heeft echter de gelegenheid gekregen zijn verzoek in te trekken.) Genoegzaam is komen vast te staan dat werknemer geen presentatie heeft gehouden en geen voldoende uitgewerkt jaarplan heeft ingeleverd, terwijl dat door werkgever wel werd verwacht. Een en ander levert weliswaar een tekortkoming in de nakoming van die verbintenissen op, maar onvoldoende gemotiveerd is echter dat een dergelijke tekortkoming zodanig ernstig is dat zij het ingrijpende gevolg van een ontbinding van de arbeidsovereenkomst kan rechtvaardigen. Mede gelet op het feit dat werknemer gedurende 24 jaar naar tevredenheid heeft gefunctioneerd, dient met minder ingrijpende maatregelen dan ontbinding te worden volstaan. Een loonstop was in dit geval een afdoende maatregel. Naar het oordeel van de kantonrechter is wel voldoende gebleken dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, mede vanwege het feit dat werknemer in eerste instantie zelf ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verzocht. De arbeidsovereenkomst wordt op voornoemde grond ontbonden. Aan werknemer wordt geen billijke vergoeding toegekend. Verwezen wordt naar de beschikking met zaak/rolnummer 4634925 AZ VERZ 15-131 (AR 2016-0227), nu in die zaak – waarin hetzelfde feitencomplex speelt – dezelfde vraag is beoordeeld.