Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 22 maart 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:1061

werknemer/werkgever

Loonvorderingen met betrekking tot onkostenvergoedingen niet toegewezen, aangezien geen sprake is van ongeoorloofde eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden. Loonvorderingen met betrekking tot niet betaalde uren wel toegewezen.

Werknemer is sinds 18 oktober 2004 in dienst bij werkgever. Werknemer is per 7 januari 2013 tewerkgesteld op nieuwbouwprojecten. Sindsdien worden hem na te melden vergoedingen niet meer uitbetaald. Werkgever heeft het loon over de periode van 9 september 2013 tot 2 oktober 2013, op welke datum werknemer aan zijn schouder is geopereerd, niet uitbetaald. Sinds laatstgenoemde datum is werknemer volledig arbeidsongeschikt. Werknemer vordert veroordeling van werkgever tot betaling van (1) achterstallig loon uit hoofde van ‘diversen/overige onkostenvergoeding’ en ‘telefoonkosten’ over week 2 van 2013 t/m week 52 van 2014 en over week 1 van 2015 tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig ten einde is gekomen, (2) achterstallig loon over de periode van week 24 t/m week 28 van 2013 en (3) achterstallig loon over de periode 9 september 2013 t/m 1 oktober 2013. De kantonrechter heeft in eerste aanleg alle vorderingen afgewezen. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Ten aanzien van de eerste vordering heeft werkgever al in eerste aanleg toegelicht dat de post ‘diversen/overige onkostenvergoeding’ voor de auto destijds is verhoogd omdat werknemer voor de bedrijfsauto hogere onkosten had dan voor zijn eigen auto, die hij aanvankelijk voor zijn werk gebruikte. Werknemer is daarop ook in hoger beroep niet ingegaan. Werknemer is evenmin ingegaan op het verweer van werkgever dat zij niet wist dat werknemer feitelijk geen telefoonkosten maakte. Werknemer heeft dus onvoldoende onderbouwd dat het hier gaat om verkapte loonsverhogingen en vaste looncomponenten. De verklaring van werkgever voor het feit dat zij de bedoelde onkostenvergoedingen ook bij afwezigheid van werknemer uitbetaalde begrijpt het hof aldus dat het ging om een gemiddeld bedrag per maand aan onkostenvergoeding. Het ligt dan niet voor de hand om die vergoeding niet door te betalen in geval van afwezigheid. Het enkele feit van die doorbetaling is ook niet redengevend voor de conclusie dat sprake zou zijn van vaste looncomponenten. Het vervallen van bedoelde vergoedingen is met werknemer besproken in het licht van het feit dat werknemer wegens zijn verplaatsing naar uitsluitend nieuwbouwprojecten geen onkosten meer hoefde te maken en omdat hij geen telefoongesprekken met derden meer hoefde te voeren. Van een ongeoorloofde eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden is op grond van het hiervoor overwogene geen sprake. Wat betreft de tweede vordering heeft werkgever zich primair beroepen op ‘geen arbeid, geen loon’, aangezien werknemer niet volgens de in het bedrijf geldende regels ter controle een kopie van de afsprakenkaart heeft overgelegd. Op grond van de overgelegde afsprakenkaart staat echter voldoende vast dat werknemer gedurende bedoelde uren niet op zijn werk aanwezig was wegens behandelingen aan zijn schouder door de fysiotherapeut. Ten aanzien van de derde vordering heeft de kantonrechter in eerste aanleg ten onrechte geoordeeld dat tijdens bedoelde periode geen sprake is van opschorting van het loon, maar van een loonstop. In alle daarop betrekking hebbende brieven van werkgever wordt met zoveel woorden gesproken over opschorting van het loon en niet over een loonstop. Bovendien staat in de brief van de advocaat van werkgever vermeld dat het loon vanaf 9 september 2013 zal worden uitbetaald als werknemer de passende werkzaamheden zal gaan uitvoeren. Hieruit kan niet anders worden afgeleid dan dat werkgever heeft bedoeld het loon op te schorten en geen stopzetting van het loon heeft beoogd, zoals werknemer ook heeft begrepen. Op het moment waarop de reden tot opschorting wegviel diende werkgever het loon alsnog door te betalen. Werkgever heeft met ingang van 2 oktober 2013 het loon van werknemer weer betaald omdat hij met ingang van die datum volledig arbeidsongeschikt was. De reden voor opschorting is daarmee vervallen. Volgt afwijzing van de eerste vordering en toewijzing van de tweede en de derde vordering.