Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 6 april 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:1938
Zoom.in B.V./werknemer c.s.
Zoom.in is opgericht op 1 april 2003. Zoom.in verleent onder meer diensten aan videomakers die hun eigen filmpjes (‘content’) online zetten via de website YouTube. Werknemer was als Managing director MCN in dienst van Zoom.in. Eind 2013/begin 2014 is de Ierse vennootschap Illuminata Media Limited opgericht (hierna: Illuminata). Ook Illuminata is een digitaal mediabedrijf en houdt zich bezig met (dienstverlening aan) MCN’s. Aandeelhouder van Illuminata is (of was tot voor kort) onder meer de BV van werknemer. Zoom.in enerzijds en werknemer en A anderzijds zijn met elkaar in conflict geraakt, omdat volgens Zoom.in werknemer en A door hun (indirecte) aandelenbelangen in Illuminata, waarvan Zoom.in aanvankelijk niet op de hoogte was, en hun werkzaamheden voor Illuminata, Zoom.in onrechtmatige concurrentie aandoen. Bij vonnis van 4 maart 2016 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank Zoom.in op vordering van A c.s. veroordeeld om de overdracht van het aandelenbelang van A in Illuminata met onmiddellijke ingang te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, omdat zij niet onaannemelijk achtte dat de bodemrechter zou oordelen dat de vaststellingsovereenkomst tussen Zoom.in en A tot stand is gekomen met misbruik van omstandigheden door Zoom.in (zie AR 2016-0328). Inmiddels heeft Zoom.in een nieuwe vaststellingsovereenkomst gesloten met A. Zoom.in verzoekt werknemer te veroordelen informatie en gegevensdragers te verstrekken.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Zoom.in enerzijds en werknemer (en diens vennootschap) anderzijds zijn met elkaar in diverse procedures verwikkeld, onder meer over de vraag of werknemer door zijn werkzaamheden voor en aandeelhouderschap in Illuminata zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatige concurrentie jegens Zoom.in. Dit is echter geen onderwerp van het nu voorliggende kort geding, noch kan er binnen dit kort geding op de uitkomst van deze procedures vooruit worden gelopen. Tussen partijen is niet in geschil dat CN over een licentie beschikt om de software van Zoom.in te gebruiken. Verder is sprake van een tripartite overeenkomst tussen Zoom.in, Illuminata en CN, waarbij (onder meer) een licentievergoeding is afgesproken. In deze overeenkomst is niets geregeld over door Zoom.in te verrichten nadere werkzaamheden ten behoeve van CN. Vast staat inmiddels dat werknemer, respectievelijk A dergelijke werkzaamheden ten behoeve van CN hebben uitgevoerd. Niet valt in te zien dat deze extra werkzaamheden thans tot het takenpakket van Zoom.in zijn gaan behoren. Ook kan er, anders dan Zoom.in heeft bepleit, niet zonder meer van worden uitgegaan dat de auteursrechten op de aan CN ter beschikking gestelde software liggen bij Zoom.in. De vorderingen worden afgewezen.
Werknemer heeft in reconventie veroordeling gevorderd van Zoom.in tot afgifte van ‘zijn laptop’, die thans in bezit is van Zoom.in. Niet in geschil is dat deze laptop aanvankelijk toebehoorde aan Zoom.in. Volgens werknemer zou de laptop naderhand aan hem zijn geschonken. Hij heeft echter niet, althans onvoldoende onderbouwd, weersproken dat, zoals Zoom.in heeft gesteld, dat is gebeurd onder de opschortende voorwaarde dat werknemer alle zakelijke informatie van Zoom.in op de laptop zou verwijderen en dat aan deze voorwaarde niet is voldaan. De tweede vordering in reconventie betreft opheffing van de door de Ierse rechter opgelegde ‘freezing order’, waarbij aan werknemer een verbod tot vervreemding van de aandelen Illuminata is opgelegd. Vooralsnog bestaat geen grond om deze procedure bij de Ierse rechter (te beoordelen naar Iers recht) te doorkruisen door middel van opheffing van de maatregel in een Nederlands kort geding. Volgt afwijzing van de vorderingen.