Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Rotocoat Heerhugowaard B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 1 april 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:2403

werknemer/Rotocoat Heerhugowaard B.V.

Geen sprake van willekeur bij niet herplaatsen van werknemer. Werknemer miste ervaring voor de openstaande functie, in tegenstelling tot andere kandidaten. Verzoek herstel arbeidsovereenkomst dan wel toekenning billijke vergoeding (art. 7:682 BW) afgewezen.

Werknemer is op 17 mei 1999 in dienst getreden bij Rotocoat Heerhugowaard B.V. (hierna: Rotocoat). De laatste functie die werknemer vervulde was die van productiemedewerker Verzinkerij. Het UWV heeft bij besluit van 22 september 2015 aan Rotocoat toestemming gegeven voor opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Rotocoat heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 januari 2016. Werknemer verzoekt Rotocoat te veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen. Aan dit verzoek legt werknemer ten grondslag dat de opzegging in strijd is met artikel 7:669 lid 1 BW, nu herplaatsing binnen een redelijke termijn al dan niet met behulp van scholing mogelijk was en nog steeds is. In dat kader heeft werknemer aangevoerd dat de functie op de afdeling Poedercoating evident passend is en er drie arbeidsplaatsen vrij waren op deze afdeling. Rotocoat heeft werknemer niet herplaatst in deze passende functie omdat drie anderen in deze functies zijn herplaatst. Werknemer stelt zich op het standpunt dat Rotocoat niet heeft onderbouwd waarom de drie herplaatste werknemers geschikter zouden zijn. Voorts heeft volgens werknemer geen zorgvuldige selectieprocedure plaatsgevonden, waardoor sprake zou zijn van willekeur. Indien de kantonrechter van oordeel is dat wel is opgezegd in strijd met artikel 7:669 lid 1 BW maar dat herstel in redelijkheid niet mogelijk is, dan verzoekt werknemer om hem ten laste van Rotocoat een billijke vergoeding toe te kennen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In artikel 9 en 10 van de Ontslagregeling zijn regels neergelegd met betrekking tot de herplaatsing van de werknemer en de redelijke termijn als bedoeld in artikel 7:669 BW. Ten aanzien van de herplaatsingsinspanningen zijn nadere regels vastgesteld in de Uitvoeringsregels ontslag om bedrijfseconomische redenen, januari 2016. Uit de bovengenoemde wet- en regelgeving volgt dat het de werkgever in beginsel vrijstaat om de in zijn ogen meest geschikte kandidaat te kiezen, waarbij de werkgever zijn keuze wel moet verantwoorden als die ter discussie wordt gesteld. Werknemer stelt zich op het standpunt dat Rotocoat heeft nagelaten een deugdelijke onderbouwing te geven van haar keus waaruit blijkt dat de drie herplaatste werknemers geschikter zouden zijn voor de functies op de afdeling Poedercoating. Rotocoat heeft ter zitting gemotiveerd uiteengezet dater geen sprake van willekeur is geweest. Rotocoat heeft onbetwist gesteld dat aan alle zeven kandidaten een keuzeformulier is uitgereikt en dat ze zijn gevraagd het keuzeformulier in te vullen met betrekking tot de door hen gewenste functies. Vervolgens zijn met alle kandidaten gesprekken gevoerd. De medewerkers hebben gekeken naar onder meer ervaring, fysieke gesteldheid en kennis van de Nederlandse taal van de te herplaatsen werknemers. Tussen partijen is niet in geschil dat de fysieke gesteldheid van werknemer of kennis van de Nederlandse taal voldoende was. Rotocoat heeft evenwel gesteld dat ervaring de doorslag gaf en dat de drie herplaatste kandidaten ervaring hadden als straler en werknemer niet. Vast staat dat werknemer geen ervaring had als straler. Vast staat voorts dat Rotocoat een vergelijkbare baan aan werknemer heeft aangeboden in Wolvega. Desgevraagd ter zitting heeft werknemer gezegd dat hij het werken in Wolvega, ondanks de toename van de reistijd, een aanvaardbaar alternatief vond, maar dat hij door zijn toenmalige gemachtigde is geadviseerd niet op dit aanbod in te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat dit, hoe vervelend ook, voor rekening en risico van werknemer dient te blijven. Van een opzegging door Rotocoat in strijd met artikel 7:669 lid 1 BW is op grond van het voorgaande geen sprake. Voor toewijzing van het verzoek om herstel van de arbeidsovereenkomst bestaat geen grond. Hetzelfde geldt voor het subsidiaire verzoek van werknemer tot toekennen van een billijke vergoeding op grond van artikel 7:682 lid 1 onderdeel b BW, nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Rotocoat.