Naar boven ↑

Rechtspraak

Metalchemic Recycling International B.V./werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 12 april 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:2874

Metalchemic Recycling International B.V./werknemer

Bewijswaardering vermeende schending geheimhoudingsbeding. Getuigenissen van collega-werknemers over voorval lang geleden minder betrouwbaar.

Werknemer is in 2007 in dienst getreden van Metchem als internationaal accountmanager. Metchem houdt zich (onder meer) bezig met de recycling van grondstoffen, waarbij zij bedrijven zoekt die zich van chemische afvalstoffen willen ontdoen en bedrijven die dergelijke afvalstoffen geschikt maken voor hergebruik. Zo heeft zij zich sinds 2004 ook beziggehouden met de acquisitie van een (mogelijke) opdracht tot verwijdering en verwerking van de magnesiumhoudende slakken, die op een bedrijfsterrein te Farmsum lagen. Dit terrein, dat in de loop van tijd van eigenaar en/of beheerder is gewisseld, behoorde laatstelijk toe aan A. Hak Beheer B.V. (hierna: Hak). Werknemer is onder meer belast geweest met de acquisitie van opdrachten tot verwerking van magnesiumhoudende slakken. Werknemer heeft toen onder meer offertes opgevraagd bij B voor deze werkzaamheden. Nadat werknemer en Metchem met wederzijds goedvinden op 30 juni 2010 uit elkaar zijn gegaan, heeft werknemer voor B werkzaamheden verricht. B en Metchem hebben na 30 juni 2010 allebei een offerte aan Hak gestuurd voor het verwijderen en verwerken van de slakken. Volgens Metchem heeft werknemer zijn verplichtingen uit het geheimhoudingsbeding geschonden, waardoor niet Metchem, maar B de opdracht van Hak heeft gekregen. Metchem vordert € 105.000 schadevergoeding van werknemer. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft betoogd dat B uit openbare informatiebronnen (zoals het internet) erachter heeft kunnen komen dat de opdracht inzake de slakken door Hak zou worden gegund. In het midden kan blijven of dit juist is. Ook in dat geval zou werknemer namelijk in strijd met zijn verplichtingen uit het geheimhoudingsbeding handelen door de door Metchem bedoelde informatie met B te delen. Volgens de tekst van dat beding moet werknemer immers alle zaken die hem uit hoofde van zijn bedrijfsfunctie bekend zijn geheim houden (in het beding is bij vergissing twee keer het woord haar gebruikt, waar het alleen maar om werknemer kan gaan). Werknemer heeft niet aangevoerd en evenmin ligt het voor de hand dat Metchem destijds geen belang meer had bij geheimhouding van de identiteit van Hak doordat die identiteit al openbaar was. B had daarvoor blijkens de door werknemer gegeven beschrijving nog wel enige moeite moeten doen, een en ander moeten deduceren en/of enige vindingrijkheid aan de dag moeten leggen. Het beroep van werknemer op de toegankelijkheid van de gegevens over de magnesiumslakken in Farmsum staat daarom niet in de weg aan de door Metchem gestelde aansprakelijkheid: indien blijkt dat Metchem de opdracht van Hak is misgelopen doordat werknemer gegevens aan B heeft verstrekt, die hij uit hoofde van het geheimhoudingsbeding niet had mogen verstrekken, is werknemer in beginsel gehouden tot vergoeding van de schade, die Metchem daardoor heeft geleden.

Het hof ziet onvoldoende duidelijke redenen om ervan uit te gaan dat de beëdigde verklaringen van getuige 3 en getuige 2 onwaar zijn, laat staan dat is gebleken dat deze getuigen hebben gelogen om het tegendeel te verhullen van wat zij hebben verklaard. Hun verklaringen moeten met extra voorzichtigheid worden gehanteerd omdat hun geheugen (menselijkerwijs) kan zijn gekleurd of vertroebeld, nu tussen het uitbrengen van de offerte aan Hak en het afleggen van de verklaringen geruime tijd is verstreken, terwijl uit de verklaringen blijkt dat B 3500 klanten heeft, dagelijks wel twintig aanvragen ontvangt, en gespecialiseerd is in de verwerking van reactieve stoffen, zoals magnesiumslakken, zodat de vraag zich opdringt waarom de getuigen de gang van zaken bij juist deze opdracht zo goed hebben kunnen reconstrueren. Dat is giswerk. Dit betekent dat ondanks de bewijslevering niet duidelijk is geworden wat er in het tweede halfjaar van 2010 is gebeurd in verband met de opdracht van Hak.