Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Van Thiel United B.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 22 april 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:1940

werknemer/Van Thiel United B.V.

Deelgeschilprocedure. Vordering op grond van artikel 7:658 BW is door werknemer tijdig gestuit en daarmee niet verjaard. Verklaring voor recht dat werkgever aansprakelijk is voor de door werknemer geleden schade als gevolg van een bedrijfsongeval.

Werknemer was sedert 14 februari 2000 in dienst van Van Thiel United B.V. (hierna: Van Thiel) in de functie van productiemedewerker. Werknemer is sinds 1 oktober 2007 met vervroegd pensioen. Op 14 juni 2007 heeft werknemer tijdens het uitoefenen van zijn werkzaamheden bij Van Thiel een bedrijfsongeval gehad. De Arbeidsinspectie is naar aanleiding van het ongeval een onderzoek gestart. Tijdens dit onderzoek is door de Arbeidsinspectie een overtreding geconstateerd van de Arbeidsomstandighedenwet. Werknemer heeft Van Thiel bij brief van 16 augustus 2007 aansprakelijk gesteld. Om de verjaring en de aansprakelijkheid te stuiten heeft werknemer op 7 juni 2012 bij aangetekend schrijven de verjaring gestuit. Van Thiel heeft steeds medegedeeld de aansprakelijkheid niet te erkennen. Werknemer verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat Van Thiel gehouden is om aan werknemer de schade te vergoeden die hij als gevolg van het bedrijfsongeval heeft geleden en mogelijk nog zal lijden. Van Thiel voert verweer. Van Thiel stelt zich primair op het standpunt dat het verzoek van werknemer is verjaard en subsidiair stelt Van Thiel niet aansprakelijk te zijn voor de gevolgen van het bedrijfsongeval.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu partijen het over de toedracht van het ongeval eens zijn, is niet waarschijnlijk dat wat betreft de aansprakelijkheidsvraag een langdurige procedure met uitvoerige bewijsvoering en deskundigenbericht nodig is. Het onderhavige geschil leent zich op dit punt dan ook voor behandeling in een deelgeschilprocedure. De aansprakelijkheidsvraag betreft immers een geschil aan het begin van het traject van de minnelijke onderhandelingen en een oordeel van de kantonrechter op de aansprakelijkheidsvraag zou, afhankelijk van de overige omstandigheden van het geval, buitengerechtelijke onderhandelingen op gang kunnen brengen. Nu twee maanden na het ongeval reeds door de toenmalige gemachtigde van werknemer middels een aangetekende brief een vordering tot schadevergoeding bij Van Thiel is kenbaar gemaakt en de vordering eveneens tijdig, binnen vijf jaar, is gestuit, dient geconcludeerd te worden dat de vordering van werknemer tot schadevergoeding uit hoofde van artikel 7:658 BW niet is verjaard. Tussen partijen is niet in geschil dat het ongeval dat werknemer op 14 juni 2007 is overkomen, heeft plaatsgevonden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Vast staat dat werknemer blijvend letsel heeft opgelopen (amputatie van het eerste vingerkootje aan zijn rechterwijsvinger). Door Van Thiel is weliswaar aangevoerd dat werknemer op nonchalante wijze met de veiligheidsvoorschriften omsprong, terwijl hij herhaaldelijk op het hanteren daarvan werd gewezen, maar hiermee is onvoldoende gesteld en niet gebleken dat sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer. Naar aanleiding van het bedrijfsongeval heeft de Arbeidsinspectie op 19 juli 2007 een ongevallenboeterapport opgemaakt, waarin een overtreding is geconstateerd van de Arbeidsomstandighedenwet. Op grond van voornoemde overtreding is aan Van Thiel op 30 oktober 2007 een bestuurlijke boete opgelegd. Onder de hiervoor beschreven omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat Van Thiel onvoldoende maatregelen heeft getroffen om gevaren (door onoplettendheid) te voorkomen en zodoende de op haar rustende zorgplicht ex artikel 7:658 BW heeft geschonden. Op grond van het voorgaande verklaart de kantonrechter voor recht dat Van Thiel jegens werknemer aansprakelijk is voor de door hem geleden schade als gevolg van het ongeval op 14 juni 2007.