Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 25 april 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:2702
werkneemster/stichting VU-VUMC
Werkneemster heeft op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij de VU als wetenschappelijk onderzoeker gewerkt van 1 maart 2008 tot 1 maart 2014. Zij zou op 29 mei 2013 haar proefschrift verdedigen aan de VU. Op 21 mei 2013 ontvingen X, decaan van de economische faculteit van de VU, en de ombudsman Wetenschappelijke Integriteit (WI) een anonieme e-mail, waarin – kort gezegd – werd geschreven dat er in het proefschrift van werkneemster sprake was van plagiaat. De VU besloot om de melding van de anonieme klager te onderzoeken en de promotie van werkneemster uit te stellen. De VU stelde een commissie van onderzoek in (hierna: commissie-Drenth). Werkneemster vordert te verklaren voor recht dat de VU in strijd heeft gehandeld met goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) en dat de VU jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld ex artikel 6:162 BW. Zij vordert een immateriële schadevergoeding van € 15.000 en € 10.000 als voorschot op materiële schade. Werkneemster stelt hiertoe, samengevat, dat de VU haar zorgplicht ernstig heeft verzaakt, nu zij als werkgever ervoor zorg diende te dragen dat werkneemster verstoken bleef van onterechte verdachtmakingen die haar in een kwaad daglicht konden stellen. Door de wijze waarop de VU naar buiten is getreden met mededelingen over werkneemster heeft zij er actief aan bijgedragen dat de eer en goede naam van werkneemster publiekelijk werd aangetast.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De interne Klachtenregeling VU, zoals die gold ten tijde van de ontvangst van de anonieme meldingen over werkneemster, liet de mogelijkheid open om, indien daar naar het oordeel van de Ombudsman voldoende aanleiding toe bestond, een anoniem aangebrachte melding te behandelen. De Klachtenregeling VU wijkt daarin af van de Klachtenregeling WI. Dat deze afwijking niet is toegestaan en dat de VU gehouden is het beleid uit de Klachtenregeling WI toe te passen, is niet gebleken. Het besluit om de anonieme meldingen in behandeling te nemen is op zichzelf nog niet in strijd met goed werkgeverschap en ook niet onrechtmatig jegens werkneemster. Wel had de Ombudsman over het besluit om de anonieme meldingen in behandeling te nemen aan werkneemster een gemotiveerde uitleg behoren te geven, aangezien het in behandeling nemen van anonieme meldingen vrij uitzonderlijk is, gezien ook de landelijke Klachtenregeling WI en de inmiddels – mede naar aanleiding van de onderhavige kwestie – aangepaste Klachtenregeling VU, waarbij de Ombudsman Wetenschappelijke Integriteit is afgeschaft en volledig anonieme meldingen niet meer in behandeling worden genomen. Door dit na te laten, heeft de VU niet als goed werkgever gehandeld. De stelling van werkneemster dat de VU zich onvoldoende neutraal en objectief heeft opgesteld en vooringenomenheid heeft betoond bij de behandeling van de anonieme meldingen wordt niet gevolgd. De meldingen zijn onderzocht door een daarvoor speciaal ingestelde commissie.
Door de VU zijn vrij snel na de ontvangst van de eerste anonieme melding een tweetal persberichten uitgebracht. Hoewel de VU heeft aangevoerd dat het uitbrengen van een persbericht over de uitgestelde promotie noodzakelijk was, zijn de persberichten daartoe niet beperkt gebleven. Daarin wordt immers bericht over onzorgvuldigheden en onvolkomenheden en in het tweede persbericht zelfs over een mogelijke schending van de wetenschappelijke integriteit door werkneemster. Gebleken is bovendien dat over de inhoud van de genoemde persberichten vooraf geen overleg is geweest met werkneemster. Door vroegtijdig, nog voordat er onderzoek had plaatsgevonden, op deze wijze en met deze bewoordingen naar buiten te treden, heeft de VU gehandeld in strijd met de in acht te nemen vertrouwelijkheid en zijn de belangen van werkneemster onnodig geschaad. Dat het persbericht uitsluitend op de website van de VU is gepubliceerd, maakt dit oordeel niet anders. Deze website is niet alleen voor medewerkers en studenten, maar voor eenieder te raadplegen. In het commentaar dat decaan X aan diverse dagbladen heeft gegeven, worden de beschuldigingen niet genuanceerd. Ook hij had, vanwege de vertrouwelijkheid en de nog onbekende uitkomst van het lopende onderzoek, in zijn commentaar terughoudend moeten zijn. De VU is als werkgever voor de uitlatingen van X aansprakelijk. De gevorderde verklaringen voor recht worden toegewezen.
Werkneemster heeft desgevraagd verklaard dat zij nog steeds last heeft van de beschuldigingen in de publicaties en dat een rectificatie voor haar met name binnen Nederland de weg weer vrij zou kunnen maken. De kantonrechter ziet echter geen grond om de gevorderde rectificatie toe te wijzen. De commissie-Drenth heeft naar aanleiding van de melding over het proefschrift van werkneemster in haar eerste rapport geoordeeld dat in één hoofdstuk sprake is van plagiaat die niet het gevolg is van opzet maar terug is te voeren tot een gehanteerde werkwijze. In twee nadere hoofdstukken was sprake van een veel te ruime interpretatie van ‘zelfcitatie’, waardoor in feite sprake was van plagiaat. Tevens heeft de commissie overwogen dat een en ander werkneemster niet ten volle is aan te rekenen, omdat zij zich heeft gevoegd naar de werkwijze van haar promotor. Werkneemster heeft tegen dit oordeel geen beroep aangetekend. De conclusie in het tweede rapport van de commissie-Drenth luidde dat in drie van de onderzochte publicaties sprake is van plagiaat, zij het dat de omvang daarvan aanzienlijke verschillen vertoont. Tegen deze beslissing heeft werkneemster wel beroep ingesteld bij het LOWI. Na beoordeling heeft het LOWI vastgesteld dat weliswaar sprake is van plagiaat, maar dat werkneemster de wetenschappelijke integriteit niet heeft geschonden. De VU heeft dit oordeel overgenomen. Dit brengt de kantonrechter tot het oordeel dat de persberichten geen onjuiste gegevens van feitelijke aard bevatten. Evenmin zijn deze door onvolledigheid misleidend. De in het voorgaande geconstateerde onzorgvuldigheid van de VU, die bestaat uit de schending van de vertrouwelijkheid, wordt niet weggenomen met publicatie van een rectificatie. De kantonrechter acht voldoende aangetoond dat werkneemster is geschaad als gevolg van de persberichten van de VU en de uitlatingen van X in de media. Echter niet alle voor werkneemster schadelijke publicaties in de media zijn aan de VU toe te rekenen. De anonieme melder heeft immers ook contact gezocht met de media. De geleden immateriële schade wordt geschat en bepaald op € 7.500. Werkneemster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij als gevolg van de schending van de vertrouwelijkheid door de VU enige materiële schade heeft geleden. Voor de vaststelling van de schade en het causaal verband wordt de zaak verwezen naar een schadestaatprocedure.