Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/De Stijl Makelaardij B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 20 april 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:3782

werkneemster/De Stijl Makelaardij B.V.

Werkneemster heeft (onder meer ter zitting) verzwegen dat zij voor onbepaalde tijd elders fulltime tegen beloning een vergelijkbare functie vervulde. Dringende reden voor ontslag op staande voet. Verzoek werkgever tot herroeping eerdere beschikking niet toewijsbaar, nu nog een ‘gewoon’ rechtsmiddel kan worden aangewend.

Werkneemster is in dienst van De Stijl Makelaardij B.V. (hierna: De Stijl). Werkneemster is op 14 december 2015 in dienst getreden bij 123vastgoed B.V. (hierna: 123vastgoed) in de functie van binnendienstmedewerker Taxatie. Werkneemster verzoekt de kantonrechter het op 11 januari 2016 door De Stijl gegeven ontslag op staande voet te vernietigen. De Stijl voert verweer en verzoekt voorts om toekenning van een vergoeding ter hoogte van het loon over de resterende opzegtermijn (van 11 januari tot en met 31 maart 2016), alsmede om herroeping van de beschikking van 17 februari 2016 op het punt van de veroordeling van De Stijl tot doorbetaling van het loon tot 11 januari 2016, wegens door werkneemster gepleegd bedrog.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de ontslagbrief van 11 januari 2016 is als ontslaggrond aangevoerd dat werkneemster ter zitting van 7 januari 2016 en daarna geen openheid van zaken heeft gegeven over haar arbeidsrechtelijke positie, hetgeen De Stijl uiterst laakbaar vindt omdat werkneemster loon claimt terwijl zij elders aan het werk is. Inmiddels staat vast dat werkneemster niet alleen ter zitting van 7 januari 2016 maar ook nadien en wederom ter zitting van 2 februari 2016 heeft verzwegen dat zij met ingang van 14 december 2015 voor onbepaalde tijd elders fulltime tegen beloning een vergelijkbare functie vervulde. Onder de gegeven omstandigheden mocht van werkneemster worden verwacht dat zij daarover openheid van zaken had gegeven. Door het verzwijgen van deze relevante informatie is werkneemster binnen de arbeidsverhouding tegenover De Stijl dusdanig tekortgeschoten dat dit het ontslag op staande voet rechtvaardigt. Werkneemster heeft haar stelling dat zij ernstige financiële problemen ondervindt ten gevolge van het haar gegeven ontslag onvoldoende geconcretiseerd. Ook is niet gebleken van persoonlijke omstandigheden aan de zijde van werkneemster die moeten leiden tot de conclusie dat een onmiddellijke beëindiging van het dienstverband met De Stijl niet gerechtvaardigd is. Volgt afwijzing van het verzoek van werkneemster.

In de zaak van het tegenverzoek van De Stijl gaat het om de vraag of werkneemster op grond van artikel 7:667 lid 1, 2 en 3 onderdeel a BW een vergoeding ter hoogte van het loon over de resterende opzegtermijn aan De Stijl moet betalen. Zoals eerder is overwogen en beslist heeft werkneemster aan De Stijl een dringende reden gegeven de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. De door De Stijl gestelde opzegtermijn en de hoogte van het loon over die periode zijn door werkneemster niet bestreden. Het verzoek van De Stijl wordt daarom toegewezen. Verder verzoekt De Stijl om herziening van de beschikking van 17 februari 2016 op het punt van de veroordeling van De Stijl tot doorbetaling van het loon tot 11 januari 2016, wegens door werkneemster gepleegd bedrog. Op grond van artikel 390 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in verbinding met artikel 382 Rv kan een beschikking worden herroepen (onder meer) indien deze berust op bedrog door de wederpartij in het geding gepleegd. Het buitengewone rechtsmiddel van herroeping staat echter niet open als nog een gewoon rechtsmiddel kan worden aangewend. Tegen de beschikking van 17 februari 2016 staat het gewone rechtsmiddel van hoger beroep nog open, zodat het verzoek om herroeping niet toewijsbaar is.