Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/X Bouw B.V.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 7 juni 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:2304

werknemer/X Bouw B.V.

Aanvulling sociaal plan op grond van hardheidsclausule. WW-suppletie naar analogie bij ZW-werknemer. Verhoging premie ZW komt voor risico werkgever.

Werknemer (geboren 1954) is op 28 november 1983 in dienst getreden bij X Bouw en was werkzaam als timmerman/vakman. Na daartoe verleende toestemming door het UWV heeft X Bouw de arbeidsovereenkomst met werknemer op 29 november 2013 opgezegd per 2 mei 2014. In het van toepassing zijnde sociaal plan is voorzien in een WW-suppletie. Werknemer heeft zich met ingang van 22 april 2014 ziek gemeld, zodat hij na het einde van zijn arbeidsovereenkomst per 5 mei 2014 recht had op een Ziektewetuitkering in plaats van een WW-uitkering. De vraag is of werknemer alsnog een vergoeding gelijk aan de WW-suppletie toekomt met een beroep op de hardheidsclausule in het sociaal plan.

Het hof oordeelt als volgt. Het hof stelt vast dat het sociaal plan geen bepaling of toelichting bevat waaruit blijkt dat werknemers met een Ziektewetuitkering géén aanspraak hebben op een aanvulling. Anders dan X Bouw heeft betoogd kan derhalve niet worden vastgesteld dat in het sociaal plan is voorzien in een regeling voor werknemers die een Ziektewetuitkering ontvangen in die zin dat zij niet in aanmerking komen voor een aanvulling. Dat het volgens X Bouw de bedoeling was van haar, haar ondernemingsraad en FNV Bouw om alleen een aanvulling toe te kennen op een WW-uitkering vanwege het beperkte budget voor aanvulling, dat dit ook zo is besproken en door werknemer is goedgekeurd, is gezien voornoemde maatstaf niet relevant. Het komt in deze procedure immers niet aan op de bedoelingen van de partijen, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen van het sociaal plan. X Bouw is dan ook gehouden om de Ziektewetuitkering van werknemer vanaf 16 juni 2014 (zoals gevorderd) tot het einde van het eerste ziektejaar (22 april 2015) aan te vullen tot en met 84% van zijn laatstverdiend bruto WW-dagloon (bijna 12 maanden). X Bouw heeft in eerste aanleg ter zitting nog betoogd dat zij een verhoogde premie aan het UWV moet betalen als een werknemer ziek uit dienst treedt en dat die premie in het geval van werknemer € 35.000 is zodat zij niet daarnaast ook nog een aanvulling op zijn uitkering kan voldoen, maar hiertegenover heeft X Bouw ook aangegeven dat, als werknemer tot de pensioengerechtigde leeftijd ziek blijft, het geld naar collega’s gaat. Los van de vraag of X Bouw daadwerkelijk een (aanzienlijk) hogere premie aan het UWV moet betalen, is van betalingsonmacht aan haar kant niet gebleken. Het risico van een verhoogde premie komt in de gegeven omstandigheden voor rekening van X Bouw en kan niet worden afgewenteld op werknemer door deze te ‘verrekenen’ met de hem op grond van het sociaal plan toekomende aanvulling op zijn Ziektewetuitkering.