Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 juni 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:4621
werknemer/Groningen Airport Eelde N.V.
Werknemer is vanaf 1997 werkzaam bij GEA als medewerker in algemene dienst, afdeling Brandweer. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing verklaard de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Groningen. Deze functie is een zogenoemde vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 11a lid 2 van het Besluit beveiliging burgerluchtvaart, in samenhang met de Wet veiligheidsonderzoeken. Voor deze functie moet de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) een verklaring van geen bezwaar afgeven. Na verschillende incidenten is werknemer in 2014 door de marechaussee staande gehouden op verdenking van diefstal van benzine tijdens werk. Nadat werknemer strafrechtelijk is veroordeeld volgt in 2015 intrekking van de luchthavenpas door de AIVD. GAE heeft de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a van het Burgerlijk Wetboek (BW), in verbinding met primair artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel e BW (verwijtbaar handelen en nalaten), subsidiair artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel d BW (ongeschiktheid voor de bedongen arbeid) en meer subsidiair artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel h BW (vertrouwensbreuk). De kantonrechter heeft overwogen dat onvoldoende is gebleken dat werknemer ambtenaar is en zij heeft de arbeidsovereenkomst op de primair gestelde e-grond ontbonden, zonder toekenning van vergoeding, met ingang van 1 november 2015 omdat werknemer ten gevolge van de oplichting van de brandweer van gemeente thans niet langer over de voor zijn werk vereiste verklaring van geen bezwaar beschikt en daardoor zijn werkzaamheden niet meer kan uitoefenen. Werknemer is van dit oordeel in hoger beroep getreden.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof oordeelt dat een enkele verwijzing naar een ambtelijke arbeidsvoorwaardenregeling onvoldoende is voor de vraag of al dan niet sprake is van ambtenaarschap. GAE heeft terecht verwezen naar artikel 1 van de Ambtenarenwet waarin het begrip ambtenaar wordt gedefinieerd en waarvan de kernbegrippen openbare dienst en aanstelling zijn. Naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep doet het er daarbij niet toe of een gemeentelijke arbeidsvoorwaardenregeling al dan niet van toepassing is verklaard. Het hof oordeelt dat de financiƫle deelname van gemeenten en provincies in GAE onvoldoende is om deze vennootschap onder de openbare dienst te rangschikken. Uit de overgelegde statuten van GAE blijkt niet van een zodanige invloed van de in financiƫle zin deelnemende overheden inzake doelstelling, beheer en beleid, dat moet worden geconcludeerd dat deze vennootschap behoort tot de openbare dienst. Het hof stelt vast dat werknemer door het strafbare feit waaraan hij zich schuldig heeft gemaakt, de voor de uitoefening van zijn werk noodzakelijke verklaring van geen bezwaar is kwijtgeraakt, ten gevolge waarvan GAE hem niet meer feitelijk te werk kan stellen in zijn eigen functie. Werknemer heeft weliswaar gesteld dat deze intrekking juridisch aanvechtbaar zou zijn, doch zijn bezwaar is afgewezen en de door hem aanhangig gemaakte procedure bij de rechtbank in eerste aanleg heeft hij verloren. Hij heeft geen toereikende gegevens overgelegd op grond waarvan het hof oordeelt dat de verwachting gerechtvaardigd is dat daarover in hoger beroep anders geoordeeld zal worden. Het hof oordeelt met de rechtbank dit verlies van de verklaring van geen bezwaar, onder deze omstandigheden waarbij het gaat om een verlies van de verklaring door eigen criminele gedragingen, moet worden gekwalificeerd als verwijtbaar handelen als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel e BW. Eerst indien de verklaring van geen bezwaar zou zijn ingetrokken vanwege gedragingen van derden (bijv. een familielid), dan komt de d-grond in beeld, met de daarbij horende zwaardere verplichtingen van de werkgever om naar alternatieven te zoeken, doch daarvan is in dit geval dus geen sprake.