Naar boven ↑

Rechtspraak

Bavo Europoort B.V./werkneemster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 15 juni 2016
ECLI:NL:RBROT:2016:4509

Bavo Europoort B.V./werkneemster

Ontbinding wegens een verstoorde arbeidsrelatie. De ontbinding is met name gelegen in het gedrag en de houding van werkneemster. Hierbij is van belang dat werkneemster telkenmale de kritiek van haar leidinggevende op haar houding, gedrag en communicatie integraal heeft afgewezen. Wel heeft werkneemster recht op een transitievergoeding ad € 10.987,31.

Werkneemster is sinds 1 januari 2008 bij Bavo in dienst als vaste nachtdienstmedewerkster. Het salaris van werkneemster bedraagt € 2.746 bruto per maand. De functie van werkneemster omvat het houden van toezicht op en het verzorgen/verplegen van de patiënten tijdens de nacht en het zorgdragen voor de continuering van de verpleegkundige zorg. Thans verzoekt Bavo de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair wegens disfunctioneren en subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Aan haar verzoek heeft Bavo het volgende ten grondslag gelegd. Met betrekking tot het functioneren van werkneemster wordt sinds 2013 in toenemende mate een verslechtering op het gebied van haar gedrag geconstateerd. Bavo heeft werkneemster er vanaf december 2013 herhaaldelijk op gewezen dat haar functioneren onder de maat is. Bavo heeft langdurige en intensieve inspanningen geleverd om een verbetering van het functioneren van werkneemster te bewerkstellingen, maar deze zijn alle door werkneemster getorpedeerd. Bovendien laat werkneemster zich regelmatig in uiterst negatieve en agressieve bewoordingen uit tegenover haar leidinggevende. Werkneemster voert gemotiveerd verweer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster betwist dat sprake is van een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding. Zij erkent weliswaar dat zij zich niet altijd even diplomatiek jegens haar teamleider heeft uitgedrukt en dat de werkverhouding met haar teamleider niet optimaal is, maar stelt zich op het standpunt dat er nog voldoende mogelijkheden zijn om de arbeidsrelatie voort te zetten. De kantonrechter deelt dit standpunt niet. De samenwerking tussen werkneemster en haar leidinggevende verloopt al sinds begin 2013 erg stroef. Opgevallen is dat werkneemster de kritiek van haar leidinggevende op haar houding, gedrag en communicatie telkenmale integraal afwijst en mede daardoor het maken van een nieuwe start heeft bemoeilijkt. Daarbij komt dat werkneemster, in plaats van zich te concentreren op de door Bavo gewenste verbetering van de toekomstige samenwerking tussen werkneemster en K, bij herhaling klachten over K heeft ingediend en is blijven terugkomen op incidenten uit het verleden. Sinds begin 2014 heeft Bavo kenbaar gemaakt een verbeterplan te willen opstellen. Door het protest van werkneemster is de uitwerking van het verbeterplan moeizaam verlopen. Toen het plan vervolgens door werkneemster werd afgewezen en zij, ondanks haar eerdere toezegging, uiteindelijk te kennen heeft gegeven het verbeterplan niet zelf te willen invullen en evenmin alsnog akkoord is gegaan met het door Bavo opgestelde plan, zijn partijen in een impasse geraakt die naar het oordeel van de kantonrechter aan werkneemster is te wijten. Nu voorts moet worden vastgesteld dat ook de ondersteuning van/bemiddeling door vakbondsconsulenten en een mediator niet tot een verbetering van de arbeidsverhouding heeft geleid, heeft Bavo in redelijkheid kunnen oordelen dat een vruchtbare samenwerking tussen partijen niet langer mogelijk is, waardoor de arbeidsverhouding als zodanig verstoord is aan te merken dat van Bavo in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met werkneemster te laten voortduren. Nu de oorzaak van de verstoorde arbeidsverhouding met name is gelegen in het gedrag en de houding van werkneemster ligt herplaatsing van werkneemster niet in de rede, zodat het verzoek van Bavo tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst toewijsbaar is. Over de andere door Bavo aangevoerde ontslaggrond hoeft daarom niet meer te worden geoordeeld. Gelet op het feit dat partijen het erover eens zijn dat Bavo aan werkneemster een transitievergoeding van € 10.987,31 bruto dient te voldoen, wordt Bavo veroordeeld tot betaling van dit bedrag.