Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 13 juli 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:3281
werknemer/Arriva Personenvervoer Nederland B.V.
Werknemer is op 1 maart 2009 in dienst getreden bij (de rechtsvoorgangster van) Arriva als buschauffeur. Werknemer is op staande voet ontslagen. Hem wordt verweten dat hij geld van passagiers heeft geïncasseerd, maar geen vervoersbewijzen heeft verstrekt. Arriva is hierdoor financieel gedupeerd. Werknemer betwist de dringende reden en verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet. Hij vordert bij wijze van voorlopige voorziening loondoorbetaling ingaande 1 juni 2016.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig. Vast staat dat werknemer (in het geval van de ‘mystery guest’) driemaal niet ter plekke een kaartje heeft afgestempeld en aan de passagier heeft verstrekt, nu werknemer dit heeft erkend. Hiermee staat echter nog niet vast dat hij dat kaartje niet later van de rol heeft gehaald, heeft gestempeld en weggegooid, waarmee het door de passagier betaalde geld evengoed aan Arriva is toegekomen. Werknemer heeft gemotiveerd gesteld dat hij de kaartjes en de geldla in zijn tas bewaart in verband met de overvallen op buschauffeurs die de afgelopen tijd in het land hebben plaatsgevonden, alsmede dat meerdere van zijn collega-buschauffeurs dat op deze wijze doen. Als de passagier door door te lopen, aangeeft daar niet op te wachten, stempelt werknemer het kaartje later, op een rustiger moment af. Arriva heeft niet (gemotiveerd) betwist dat werknemer de kaartjes en het geldbakje in zijn tas bewaart en dat meerdere buschauffeurs dit doen. Vast is komen te staan dat Arriva geen (gecommuniceerd) beleid heeft omtrent de plaats waar de kaartenrollen geplaatst dienen te worden. Evenmin is door Arriva aangevoerd of anderszins gebleken dat aan de chauffeurs ooit concrete aanwijzingen zijn verstrekt of richtlijnen zijn afgegeven over de vraag waar/hoe de kaartenrollen bewaard moeten worden. Laat staan dat aan de chauffeurs kenbaar is gemaakt dat afwijking van die aanwijzingen/richtlijnen tot (verstrekkende) disciplinaire maatregelen zou leiden. Daarnaast is van belang dat, zoals ook door Arriva erkend, de meeste passagiers, in ieder geval in het streekvervoer, tegenwoordig met de OV-chipkaart reizen waardoor er nog slechts enkele kaartjes worden verkocht. Voorts is van belang dat vaststaat dat werknemer op 7 juni 2016 dezelfde waarde aan consignatievoorraad bij Arriva heeft ingeleverd als de waarde van de consignatie die aan hem is verstrekt. Van een overschot van de consignatievoorraad was dus geen sprake. De conclusie is dat niet is komen vast te staan dat werknemer de kaartjes, die hij niet aan de passagier heeft verstrekt omdat deze doorliep voordat hij een kaartje heeft kunnen verstrekken, later niet alsnog heeft afgescheurd en gestempeld. Arriva heeft geen bewijs aangeboden van de stelling dat werknemer de kaartjes ook later niet heeft afgescheurd en gestempeld. Bovendien is gesteld noch gebleken dat werknemer minder (aan Arriva) betalende klanten heeft gehad dan zijn collega’s, zodat ook daaraan op geen enkele wijze is af te leiden dat werknemer, in ruil voor het van passagiers geïnde geld, verzuimt kaartjes af te scheuren en te stempelen en het geïnde geld aldus niet zou afdragen aan Arriva. Het verzoek om vernietiging van het ontslag, de vordering tot loondoorbetaling en de vordering tot wedertewerkstelling worden toegewezen.