Naar boven ↑

Rechtspraak

vrijwilliger/Parochie H.H. Vier Evangelisten en Nationale Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 28 juni 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:5294

vrijwilliger/Parochie H.H. Vier Evangelisten en Nationale Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.

Werkgever aansprakelijk ex artikel 7:658 lid 4 BW voor val vrijwilliger van kerkdak. Vrijwilliger verricht werkzaamheden in de uitoefening van bedrijf van Parochie bij uitlichten kerkdak.

De Parochie is onderdeel van het Aartsbisdom Utrecht en heeft een eigen bestuur dat bestaat uit zes personen. In 2006 is er een klusgroep opgericht. X (65 jaar) was vrijwillig lid van de klusgroep van de Parochie. Met goedkeuring van het parochiebestuur zou de klusgroep verlichting plaatsen op het dak van de kerk om zo de muur en de toren van de kerk te verlichten. X is van de kerk gevallen en heeft ernstig (blijvend) letsel opgelopen. De kantonrechter heeft bij beschikking van 27 mei 2014 geoordeeld dat artikel 7:658 lid 4 BW niet op de onderhavige zaak van toepassing is, in de kern genomen omdat de werkzaamheden die X op de bewuste avond van 7 september 2012 verrichtte, niet tevens door werknemers van de Parochie hadden kunnen worden verricht zodat deze werkzaamheden niet onder de beroeps- of bedrijfsuitoefening van de Parochie vallen. Evenmin is volgens de kantonrechter sprake van aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 BW, zodat X (anders dan hij voorstaat) niet als aannemer kan worden aangemerkt en artikel 7:658 lid 4 BW ook op deze grond toepassing mist. Vervolgens heeft de kantonrechter aan de hand van de Kelderluikcriteria (HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079) onderzocht of de Parochie aansprakelijk is op grond van artikel 6:162 BW (in dit geval door X aangeduid als: gevaarzetting) omdat zij een op haar rustende zorgplicht heeft geschonden. De kantonrechter is tot het oordeel gekomen dat daarvan geen sprake is en dat de schade het gevolg is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden bij het uitvoeren van de werkzaamheden. De vordering van X is afgewezen. X is het hiermee niet eens. De zinsnede ‘in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf’ als bedoeld in dit artikel dient volgens hem ruim opgevat te worden zodat daaronder niet alleen daadwerkelijke bedrijven of beroepen vallen, maar ook niet-beroepsmatige organisaties, particuliere clubs, verenigingen en andere organisaties die gebruik maken van vrijwilligers voor het doen verrichten van allerhande werkzaamheden. Van belang in dit verband is dat de Parochie een aantal diensten verleent zoals het gebruik van de kerk voor uitvaartdiensten en huwelijksvoltrekkingen, onroerend goed verhuurt en inkomsten uit de graven nabij het kerkgebouw genereert. Daarnaast is er sprake van een duidelijke hiërarchische structuur en bestaat er een gezagsverhouding tussen de parochie en X. Voorts heeft de Parochie economisch profijt van de werkzaamheden van de vrijwilligers, aldus X.

Het hof oordeelt als volgt. Dat de door X verrichte werkzaamheden feitelijk (concreet) tot de bedrijfsuitoefening van de Parochie behoorden, blijkt naar het oordeel van het hof hieruit dat de Parochie (naast het belijden van het geloof) ook verantwoordelijk is voor het beheer en het onderhoud van het kerkgebouw en het kerkhof. Ten aanzien van het vereiste in de uitoefening van het beroep of bedrijf overweegt het hof dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het moet gaan om werkzaamheden die de ‘werkverschaffer’ in het kader van de uitoefening van zijn bedrijf ook door eigen werknemers had kunnen laten verrichten (Kamerstukken II 1998/99, 26257, 7, p. 15). Bepalend is derhalve dat werkzaamheden ook door eigen werknemers zouden kunnen worden verricht. Of in concreto werknemers in de Parochie zijn aan te wijzen die dezelfde werkzaamheden verrichten, is dan minder van belang. In dat licht is het verweer van de Parochie dat noch de werkzaamheden van de koster, noch die van de werknemers (de pastoor, de pastoraal medewerkers en de secretaresses) de door de klusgroep uitgevoerde werkzaamheden omvatten, niet relevant. Naar het oordeel van het hof heeft de Parochie onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die kunnen leiden tot het oordeel dat zij heeft voldaan aan haar zorgplicht van artikel 7:658 lid 1 BW. Ook volgens haar eigen stellingen heeft zij X geen (algemene en/of specifieke) veiligheidsinstructies gegeven (bijv. door hem te waarschuwen voor het niveauverschil op het dak) noch heeft zij (algemene en/of specifieke) veiligheidsmaatregelen getroffen (bijv. door het plaatsen van een steiger), terwijl zij op de hoogte was van de te verrichten klus van X en collega van X omdat zij daarvoor haar goedkeuring had verleend.