Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Koninklijke Mosa B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 13 juli 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:6211

werknemer/Koninklijke Mosa B.V.

Dat er wordt gekozen voor de invoering van een nieuwe organisatiestructuur valt onder de vrijheid van de werkgever zijn onderneming zo in te richten dat het voortbestaan daarvan is verzekerd. Verzoek werknemer om herstel arbeidsovereenkomst dan wel billijke vergoeding afgewezen.

Werknemer is op 20 september 1993 bij Koninklijke Mosa B.V. (hierna: Mosa) in dienst getreden. Hij vervulde laatstelijk de functie van manager point of sale. Op 8 december 2015 heeft het UWV aan Mosa toestemming verleend om de arbeidsverhouding met werknemer op te zeggen wegens bedrijfseconomische redenen. Mosa heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer op 10 december 2015 opgezegd per 1 april 2016. Werknemer verzoekt Mosa onder meer te veroordelen de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2016 te herstellen dan wel Mosa te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Mosa heeft de ontslagaanvraag gebaseerd op bedrijfsorganisatorische redenen. De aanleiding voor de organisatiewijziging is de teruggang in de omzet in Nederland in de afgelopen jaren. Als gevolg van de omzetdaling zijn de financiële resultaten van de onderneming onder druk komen te staan. Mosa heeft hiertoe financiële gegevens overgelegd, waaronder prognoses en de door de accountant opgestelde jaarrekeningen 2013 en 2014 van Mosa en de geconsolideerde jaarrekeningen van de holding. Vooropgesteld wordt dat het een werkgever vrij staat zijn onderneming zo in te richten dat het voortbestaan daarvan ook op langere termijn is verzekerd. Uit de door Mosa overgelegde financiële stukken leidt de kantonrechter af dat er sprake was van een afnemende omzet en aldus van een slechter wordende financiële situatie. De kantonrechter heeft geen aanleiding om aan de juistheid van de – door de accountant opgestelde – cijfers te twijfelen zodat het verweer van werknemer, te weten dat Mosa een te negatief beeld schetst van de financiële situatie, als onvoldoende onderbouwd zal worden gepasseerd. Met de overgelegde financiële stukken en de toelichting ter zitting daarop heeft Mosa voldoende aannemelijk gemaakt dat ten tijde van de aanvraag van de ontslagvergunning sprake was van een bedrijfsorganisatorische noodzaak tot reorganisatie en is het niet onbegrijpelijk dat zij ter voorkoming van een verder slechter wordende financiële situatie is overgegaan tot het anders (efficiënter) inrichten van haar organisatie. Dat er wordt gekozen voor de invoering van een nieuwe structuur (Demand Creation) en daardoor afdelingen ophouden te bestaan en werkzaamheden/taken (van de manager point of sale) deels vervallen en deels elders worden belegd dan wel worden herverdeeld, valt naar het oordeel van de kantonrechter onder de hiervoor genoemde vrijheid. Voorts betrof de functie van manager point of sale een unieke functie binnen Mosa. Dit betekent dat geen sprake was van uitwisselbare functies waarbinnen kon worden afgespiegeld. Verder heeft Mosa voldoende aannemelijk gemaakt dat er binnen haar organisatie voor werknemer geen passende functies/vacatures voorhanden zijn. De stelling van werknemer dat Mosa geen enkele inspanning heeft verricht om hem te herplaatsen kan geen stand houden. Niet gebleken is van functies die passen bij de kennis en ervaring van werknemer. Uit de toelichting op de Ontslagregeling blijkt dat een werkgever niet zo ver hoeft te gaan dat hij een functie creëert voor een werknemer van wie de arbeidsplaats vervalt. Mosa heeft naar het oordeel van de kantonrechter op redelijke gronden kunnen besluiten de functie van werknemer te laten vervallen. De conclusie van het voorgaande is dat Mosa de arbeidsovereenkomst niet in strijd met artikel 7:669 lid 3 onderdeel a BW heeft opgezegd en het verzoek om herstel van de arbeidsovereenkomst niet toewijsbaar is. Derhalve is de door werknemer verzochte billijke vergoeding op grond van artikel 7:682 lid 1 aanhef en onder b BW eveneens niet toewijsbaar.