Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 19 juli 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:3080
werker/JGM Meubelen B.V.
(Vervolg op AR Updates 2015-1045) In het kader van zijn opleiding tot meubelmaker heeft werker (geboren 1987) stage gelopen bij X Meubelen B.V. van 1 februari 2007 tot 13 april 2007. Daarna of daarnaast is hij op zaterdag werkzaam voor X Meubelen. Op maandag 25 juni 2007 is werker een ongeval overkomen tijdens de uitvoering van werkzaamheden in de werkplaats van X Meubelen B.V. Tijdens het vlakken van stukjes hout op een gecombineerde vlakbank-vandiktebank is werker met zijn linkerhand in aanraking gekomen met het draaiende beitelblok van de vlakbank, waarbij hij verwondingen aan deze hand heeft opgelopen. Direct na het ongeval is werker in het ziekenhuis geopereerd. Daarbij is het eerste kootje van zijn linkerpink, ring- en middelvinger geamputeerd. De Arbeidsinspectie (Inspectie SZW) heeft een overtreding geconstateerd, maar uiteindelijk is geen boete opgelegd omdat X Meubelen geen verwijt kon worden gemaakt. Temeer omdat werker niet werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst of anderszins was tewerkgesteld door X, aldus de boetebeschikking. Bij tussenbeschikking AR Updates 2015-1045 is werker opgedragen te bewijzen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst/toepasselijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW.
Het hof oordeelt thans als volgt. Werker is niet geslaagd in het bewijs dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Evenmin komt werker een beroep op artikel 7:610a BW toe, nu aan de referteperiode van drie maanden niet is voldaan (werker is vijf weken uitgevallen geweest gedurende deze periode). Als al zou zijn voldaan aan deze referteperiode, dan is daarmee hooguit komen vast te staan dat werknemer als zaterdaghulp werkzaam was en dus niet op de bewuste maandag van het ongeval.
Of sprake is van toepasselijkheid van artikel 7:658 lid 4 BW wordt door het hof ontkennend beantwoord. Volgens JGM Meubelen was werker immers de bewuste maandag niet in opdracht van JGM aan het werk, maar was hij bezig met het maken van een bureau voor zijn broer. Nu het tegendeel niet is bewezen, acht het hof dit juist.