Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 21 juli 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:8374
werknemer/A.D. Boekholt B.V .
Werknemer is op 1 november 1985 in dienst getreden van A.D. Boekholt B.V. Hij was laatstelijk werkzaam als medewerker Inkoop. De aandelen van A.D. Boekholt B.V. worden gehouden door A.D. Boekholt Onroerend Goed B.V. Alle verweerders maken deel uit van de Stokvisgroep. De bedrijfsactiviteiten van A.D. Boekholt B.V. zijn sinds 1 februari 2016 feitelijk beëindigd. Werknemer verricht sinds 1 februari 2016 geen werkzaamheden meer. Zijn salaris wordt door A.D. Boekholt B.V. doorbetaald. Werknemer verzoekt Boekholt c.s. te verplichten binnen de groep van ondernemingen waartoe Boekholt c.s. behoren een gemeenschappelijke ondernemingsraad in te stellen (artikel 36 WOR).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Gelet op het gevoerde verweer dient eerst beoordeeld te worden of werknemer kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 36 WOR en of zijn verzoek moet worden aangemerkt als misbruik van bevoegdheid. Voorop gesteld wordt dat uit de wetsgeschiedenis moet worden afgeleid dat wie als belanghebbende kan worden aangemerkt flexibel moet worden uitgelegd. Het is voorts aan de rechter om dit begrip in te vullen. Verwezen wordt naar het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 12 mei 2015 (ECLI:NL:GHDHA:2015:1094). Werknemer is nog in dienst van A.D. Boekholt B.V. Dit bedrijfsonderdeel heeft echter zijn activiteiten gestaakt en werknemer verricht op dit moment geen werkzaamheden. Niettemin kan hij nog wel als betrokkene bij de onderneming worden aangemerkt en is hij belanghebbende in de zin van artikel 36 WOR. In dit geval maakt werknemer echter misbruik van zijn bevoegdheid. De bedrijfsactiviteiten van A.D. Boekholt B.V. in Groningen zijn gestaakt en er is geen concreet uitzicht op voortzetting van deze bedrijfsactiviteiten. Werknemer stelt dat de onderneming van A.D. Boekholt B.V. is overgenomen door een ander deel van de Stokvisgroep en dat het er daarom voor moet worden gehouden dat hij bij deze overnemende partij in dienst is. Hiervan is echter niet of onvoldoende gebleken, gelet op onder meer de aard van de onderneming en het feit dat de materiële en immateriële activa en personeel niet zijn overgegaan. Voorts is in dit verband van belang dat er geen sprake is van behoud van identiteit. Boekholt c.s. hebben ter zitting de verwachting uitgesproken dat het er niet van zal komen dat werknemer daadwerkelijk zijn werkzaamheden bij een van verweerders zal hervatten, welke stelling door hem niet is bestreden. Ook wordt meegewogen de niet door werknemer bestreden stelling van Boekholt c.s. dat de medezeggenschap bij verweerders naar tevredenheid van de betrokken personeelsleden is geregeld en er tot nu toe geen enkel signaal is dat men dit anders wil.
Maar ook als de kantonrechter ten aanzien van het misbruik van bevoegdheid tot een andere uitkomst zou zijn gekomen, zou dat werknemer niet baten, nu aan het criterium voor het instellen van een gemeenschappelijke ondernemingsraad, te weten 'indien dit bevorderlijk is voor een goede toepassing van de WOR in de betreffende ondernemingen' evenmin is voldaan. Er zijn betekenisvolle verschillen tussen Electro Stokvis B.V. en Elsto Controls B.V. en de zeggenschap is ook per onderneming georganiseerd. Hetzelfde geldt voor de medezeggenschap. Gesteld noch gebleken is dat een gezamenlijke medezeggenschap in deze ondernemingen meer effectief zou zijn dan de afzonderlijke vormen die nu bestaan in de vorm van periodieke personeelsvergaderingen. Het verzoek van werknemer wordt afgewezen. Het subsidiaire verzoek tot instelling van een reguliere ondernemingsraad bij Electro Stokvis B.V. wordt ook afgewezen. Niet is komen vast te staan dat er meer dan 50 personen bij Electro Stokvis B.V. werkzaam zijn.