Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 20 juli 2016
ECLI:NL:RBNNE:2016:3629
werknemer/Stichting Regionale Ambulancevoorziening Groningen
Werknemer is sinds 2008 in dienst als ambulancechauffeur. Op grond van de arbeidsovereenkomst heeft werknemer Veendam als standplaats. Sinds circa 5½ jaren heeft werknemer een relatie met mevrouw B. Zij werkt bij Ambulancevoorziening Groningen als ambulanceverpleegkundige op de post Veendam. In 2015 heeft Ambulancevoorziening Groningen haar beleid gewijzigd ten aanzien van relaties op dezelfde post. Waar dat tot op dat moment werd gedoogd, is op grond van dat beleid niet meer toegestaan dat medewerkers die een relatie hebben (partners en familie) op dezelfde locatie werken. Ambulancevoorziening Groningen heeft vervolgens aan werknemer te kennen gegeven dat zij voornemens is om, op grond van het nieuwe beleid, zijn standplaats te wijzigen van Veendam in Winschoten. Kern van het geschil is de vraag of Ambulancevoorziening Groningen redelijkerwijs kan bepalen dat de standplaats van werknemer wordt gewijzigd.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan Ambulancevoorziening Groningen heeft doen betogen kan de bepaling in de arbeidsovereenkomst dat werknemer in redelijkheid andere werkzaamheden kunnen worden opgedragen, naar het voorlopig oordeel niet worden gezien als een eenzijdig wijzigingsbeding als bedoeld in artikel 7:613 BW. Daartoe is deze bepaling – welbeschouwd een verwijzing naar de, aan een arbeidsovereenkomst inherente, gezagsverhouding – te algemeen geformuleerd. De zaak wordt beoordeeld aan de hand van artikel 7:611 BW (en HR 26 juni 1998, JAR 1998, 199, Taxi Hofman en HR 11 juli 2008, JAR 2008/204, Mammoet/Stoof). Allereerst heeft een werkgever de vrijheid om bijvoorbeeld nieuwe professionele standaarden te ontwikkelen. Verder heeft Ambulancevoorziening Groningen voldoende aannemelijk gemaakt dat haar geluiden bereiken dat samenwerking van partners op eenzelfde post niet door alle medewerkers als positief wordt ervaren, waardoor de kwaliteit van het werk (professionaliteit, onafhankelijkheid en objectiviteit) onder druk kan komen te staan. Het stond Ambulancevoorziening Groningen dan ook vrij om het beleid te ontwikkelen dat niet meer wordt toegestaan dat medewerkers die een relatie hebben (partners en familie) op dezelfde locatie werken. Voor dat oordeel is temeer aanleiding nu de Ondernemingsraad, die het personeel binnen het bedrijf vertegenwoordigt, met dit beleid heeft ingestemd. Omdat werknemer en zijn huidige partner op de locatie in Veendam werkzaam waren, kon Ambulancevoorziening Groningen op basis van het nieuwe beleid werknemer het voorstel doen om zijn standplaats te wijzigen. Niet alleen past dat voorstel binnen het huidige beleid van Ambulancevoorziening Groningen, ook heeft Ambulancevoorziening Groningen in het voorstel tegemoet willen komen aan het bezwaar van werknemer tegen de standplaatswijziging in verband met zijn ouderschapsregeling (het om het weekend zien van zijn kinderen). Vanzelfsprekend heeft werknemer er belang bij – en is dat ook in het belang van zijn kinderen – dat hij zijn kinderen frequent kan blijven zien. Vanaf het moment dat werknemer na de overplaatsing naar Winschoten niet meer volgens het rooster in Veendam kan werken, verwacht hij dat hij zijn kinderen per jaar zo’n vier weekenden minder kan zien. Het duurt echter nog een jaar voordat het zover is. Bij de door werknemer gekozen optie 1 geldt immers ook dat gedurende een jaar hetzelfde rooster als in Veendam wordt gevolgd. In dat eerste jaar verandert er voor wat betreft het zien van de kinderen daarom niets. Gedurende dat jaar kan werknemer met zijn ex-echtgenote in overleg treden om de ouderschapsregeling in die zin aan te passen dat werknemer zijn kinderen even vaak kan blijven zien als tot nu toe het geval is. De gevraagde voorziening wordt afgewezen.