Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 26 juli 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:3167

werknemer/werkgever

Onervaren elektromonteur die in strijd met algemene instructie verzuimt spanningsmeting uit te voeren alvorens werk uit te voeren aan elektronische klok, handelt nonchalant, maar niet opzettelijk of bewust roekeloos. Werkgever aansprakelijk voor schade van val van ladder na stroomschok.

Werknemer (geboren 1986) is in 2005 als leerling-werknemer en vanaf 2008 als afgestudeerde werknemer in dienst getreden van werkgever. Op 1 oktober 2009 is werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden als elektromonteur een ongeval overkomen. Bij het aansluiten van een elektronische klok bleek de spanning niet van de installatie. Werknemer heeft – in strijd met de geldende instructie van de werkgever – dit vooraf niet getest.

Omdat de montagewerkzaamheden op hoogte plaatsvonden en werknemer op een ladder stond, is hij – toen hij onder spanning kwam te staan – van de trap gevallen met letsel als gevolg. Mede dankzij werkgever heeft werknemer inmiddels ander werk. In de onderhavige deelgeschilprocedure vordert werknemer een verklaring voor recht dat werkgever aansprakelijk is voor de schade. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. De kantonrechter nam noch ten aanzien van het gegeven dat werknemer in aanraking is gekomen met spanningvoerende delen, noch ten aanzien van de val van de ladder een tekortschieten van werkgever in diens zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW aan.

Het hof oordeelt als volgt. Op werkgever rust de plicht aan te tonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Aan de inhoud van de zorgplicht wordt mede invulling gegeven door de concrete omstandigheden van het geval, en de ervarenheid van de werknemer behoort tot die omstandigheden. Voor zover werkgever werknemer naar voren poogt te schuiven als een reeds tamelijk ervaren kracht, dient hij aan te tonen dat werknemer zo ervaren is als werkgever beweert. Ervarenheid neemt geleidelijk toe; de enkele omstandigheid dat werknemer op 14 april 2008 zijn diploma had gehaald maakte hem niet van de ene dag op de andere een net zo ervaren kracht als, bijvoorbeeld, collega van werknemer. Bij deze stand van zaken is naar ’s hofs oordeel de omstandigheid dat werknemer zijn diploma reeds had behaald weliswaar niet zonder belang, maar niet doorslaggevend. Uit de uitleg van partijen leidt het hof af dat een duspol een zo gangbaar apparaat is, dat er vooralsnog van uitgegaan mag worden dat elke monteur er zelf ook een heeft. Ondanks het gegeven dat hij een duspol bij zich had heeft hij, in strijd met de instructie, die duspol niet gebruikt om te controleren of er ter plaatse waar hij werkte inderdaad geen spanning op die installatie stond. Dat de ter plaatse eveneens werkzame chef-monteur-collega van werknemer feitelijk enige controle heeft uitgevoerd op de wijze waarop werknemer werkte, is gesteld noch gebleken. Werknemer heeft, door niet met de duspol te controleren of de spanning eraf was, een domme fout gemaakt. Dat geldt zelfs indien er geen instructie zou zijn gegeven om dat altijd te controleren en dus a fortiori nu die instructie wèl binnen het bedrijf van werkgever gold. Maar gegeven het feit dat er nu eenmaal nonchalance op kan treden levert dat nog geen opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer op in de zin van artikel 7:658 lid 2 BW, laatste bijzin, op. Naar ’s hofs oordeel heeft werkgever niet al het redelijkerwijs mogelijke gedaan om te voorkomen dat aan werknemer een ongeval als het onderhavige zou overkomen. Met name ontbrak het aan toezicht op de werkplek zèlf, terwijl dat toezicht wel uitgevoerd had kunnen worden nu er een ervaren collega van werknemer aanwezig en in de buurt was. Werkgever diende zijn bedrijfsvoering aldus in te richten dat ook – of beter gezegd: juist – op de feitelijke werkplek zelf werd toegezien op de noodzaak om te allen tijde vooraf de spanning te meten, ook als de werknemer meende dat de spanning eraf was gehaald. Concreet: de chef-monteur kon niet volstaan met de vraag of werknemer de spanning van de installatie had gehaald, hij had ook moeten zeggen dat werknemer dat nog wel op de plaats waar de werkzaamheden werden uitgevoerd diende te controleren c.q. moeten verifiëren of werknemer dat daadwerkelijk had gecontroleerd. Derhalve volgt vernietiging van het oordeel van de kantonrechter en toewijzing van de verklaring voor recht.