Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 2 mei 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:6133
SPS Cryogenics B.V./werknemer
Werknemer is op 5 juni 2012 bij SPS in dienst getreden in de functie van Algemeen Medewerker. Hij heeft op 4 juni 2014, 21 november 2014, 15 juni 2015, 25 juni 2015, 20 juli 2015, 25 augustus 2015 en 16 oktober 2015 officiële waarschuwingen gekregen wegens te laat komen, het niet volgen van de juiste procedure bij ziekte dan wel het op het werk verschijnen onder invloed van drank. Werknemer is in de periode eind november tot 13 december 2015 gedetineerd geweest in verband met rijden onder invloed. Nadat werknemer op 29 februari 2016 weer te laat was, is hij op staande voet ontslagen. SPS verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 3, primair onderdeel e en subsidiair onderdeel g BW.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Thans is nog niet geoordeeld over de vraag of het ontslag op staande voet moet worden vernietigd. Wel is de kantonrechter op de hoogte van een door de werknemer ingediend verzoekschrift, waarin hij – naar de kantonrechter begrijpt – beoogt te verzoeken het aan hem gegeven ontslag te vernietigen (zie AR 2016-0872). SPS heeft voldoende onderbouwd dat zij belang kan hebben bij een dergelijke voorwaardelijke ontbinding. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer ondanks de vele waarschuwingen geen verbetering in zijn gedrag en houding laten zien. SPS heeft werknemer steeds erop gewezen wat zij van hem en ook van haar andere werknemers verwacht. Dit heeft er echter niet in geresulteerd dat werknemer zich aan het beleid van SPS is gaan houden. Dat maakt dat werknemer niet het belang van het door SPS strikt gehanteerde beleid inziet. Op 14 december 2015 heeft een gesprek tussen partijen plaatsgevonden. Aanleiding van dit gesprek was de schorsing van werknemer wegens het eenzijdig afmelden voor werk omdat hij twee weken in voorlopige hechtenis zat. Werknemer krijgt tijdens dit gesprek te horen dat hem een laatste kans wordt geboden. Ook wordt hij erop gewezen dat hij bij een volgend incident met onmiddellijke ingang zal worden ontslagen. Ondanks deze laatste kans verschijnt werknemer op 29 februari 2016 opnieuw te laat op zijn werk. Dit vormt voor SPS de zogenoemde druppel. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer aldus zodanig verwijtbaar heeft gehandeld dat van SPS in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing binnen een redelijke termijn ligt niet in de rede. De arbeidsovereenkomst wordt met toepassing van artikel 7:671b lid 8, onderdeel b, BW voorwaardelijk ontbonden met ingang van 1 juni 2016.