Rechtspraak
werkgeefster/rechter
Werknemer is in dienst bij werkgeefster. Hij heeft in kort geding gevorderd werkgeefster te veroordelen tot tewerkstelling in een andere dan de hem toebedeelde functie, nadat zijn vorige functie als gevolg van een reorganisatie is komen te vervallen. Op 8 april 2016 is de zittingsdatum, aan de hand van de opgegeven verhinderdata, vastgesteld op 13 mei 2016. Kort nadat de zittingsdatum, op grond van de opgegeven verhinderdagen, was vastgesteld heeft de gemachtigde van werkgeefster vernomen dat de twee personeelsfunctionarissen, waarvan de aanwezigheid op de zitting gewenst zou zijn, verhinderd waren op de zitting van 13 mei 2016 en dat van de zijde van werkgeefster een fout is gemaakt bij de opgave van de verhinderdata. Door het bij herhaling, ook ter zitting, afwijzen van verzoeken om verplaatsing van de zittingsdatum en door vast te houden aan de eerder vastgestelde zittingsdatum heeft de rechter volgens werkgeefster de indruk gewekt niet onpartijdig te zijn.
De wrakingskamer oordeelt als volgt. De weigering een vastgestelde zittingsdatum te wijzigen is een procesbeslissing. Een als negatief ervaren procesbeslissing is in het algemeen geen grond voor toewijzing van een verzoek tot wraking. De vraag of een procesbeslissing inhoudelijk juist is, leent zich niet voor een oordeel door de wrakingskamer. Een procesbeslissing kan wel een grond voor wraking opleveren als die beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de vrees dat de rechter partijdig is dan wel jegens werkgeefster een vooringenomenheid koestert – objectief – gerechtvaardigd is. Daarvan is naar het oordeel van de wrakingskamer niet gebleken. Het is de taak van de rechter om toe te zien op de voortgang van de procedure. Zoals de rechter tijdens de mondelinge behandeling op 13 mei 2016 gemotiveerd heeft beslist, bestond er geen aanleiding de zittingsdatum te wijzigen omdat zich naar haar oordeel, mede gelet op het spoedeisend belang, geen klemmende redenen voordeden als bedoeld in het Landelijk Procesreglement. De rechter kon en mocht een dergelijke beslissing nemen; die beslissing geeft geen blijk voor vooringenomenheid.