Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 9 augustus 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:3594
werknemer/X Sneltransport B.V.
Werknemer is van 1 september 2011 tot 1 september 2013 als vrachtwagenchauffeur in dienst geweest van X Sneltransport B.V. Artikel 4 van de arbeidsovereenkomst luidt: ‘Werknemer is aangesteld voor 18 uur per week. De werkzaamheden zullen in beginsel worden verricht op de maandag, dinsdag en donderdag.’ Aan het einde van het dienstverband stelt werknemer zich op het standpunt dat werkgever ten onrechte een tijd-voor-tijdregeling heeft toegepast en derhalve minuren heeft gecompenseerd met plusuren. Volgens werknemer heeft hij daarom een loonvordering op werkgever. De kantonrechter heeft de vordering van de werknemer afgewezen.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof merkt in de eerste plaats op dat het bestaan van een tijd-voor-tijdregeling niet volgt uit de schriftelijke arbeidsovereenkomst. Het beroep dat werkgever bij wijze van verweer tegen de loonvordering van werknemer doet op het bestaan van een tijd-voor-tijdregeling komt erop neer dat zij een vergoedingsverplichting voor gewerkte uren is nagekomen door het toestaan van verlof. Dit betreft een bevrijdend verweer, waarvan de bewijslast overeenkomstig de regel van artikel 150 Rv bij werkgever ligt. Het hof merkt op dat op de overeenkomst de cao’s voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen 2011 en 2013 van toepassing zijn, zowel door verwijzing daarnaar in de arbeidsovereenkomst(en) als ook op grond van algemeenverbindendverklaringen. Deze cao kent in beide versies bepalingen ten aanzien van een verplichte tijd-voor-tijdregeling (art. 30) en een vrijwillige tijd-voor-tijdregeling (art. 31). Mocht het bewijs van het bestaan van een overeengekomen tijd-voor-tijdregeling niet (kunnen) worden geleverd, dan heeft te gelden dat werknemer aanspraak kan maken op een vergoeding van loon voor de uren die hij feitelijk heeft gewerkt, vermeerderd met de verlofuren die hem overeenkomstig de cao bij een 18-urige werkweek toekomen. Voor zover werknemer meer verlof zou hebben genoten dan hem op grond van de cao toekomt, zal werkgever een vergoeding voor het negatief verschil tussen de verlofaanspraak en het daadwerkelijk genoten verlof mogen verrekenen met een nog bestaande loonaanspraak, maar niet verder dan tot het totaalbedrag dat werkgever wegens loon voor de overeengekomen uren verschuldigd is geworden.