Naar boven ↑

Rechtspraak

X/kantonrechter
Rechtbank Gelderland (Locatie Zutphen), 2 mei 2016
ECLI:NL:RBGEL:2016:4449

X/kantonrechter

Wrakingsvezoek ongegrond. De rechter bepaalt de gang van zaken tijdens de zitting en het is voor de rechter mogelijk/soms noodzakelijk een partij ter zitting te onderbreken in zijn betoog. Door tijdens zitting voorlopige visie op de zaak te geven lijdt de rechterlijke onpartijdigheid nog geen schade.

Tijdens een zitting op 13 april 2016 heeft mr. Gerrits namens verzoekende partij X verklaard de kantonrechter te wraken. Aan het wrakingsverzoek legt X het volgende ten grondslag. X stelt dat de kantonrechter mr. Gerrits bij het voordragen van zijn pleitnotitie tijdens voornoemde zitting driemaal heeft onderbroken. De eerste keer heeft hij mr. Gerrits onderbroken om te vragen naar de relevantie van een voorbeeld dat mr. Gerrits onder de aandacht bracht. De tweede keer heeft hij mr. Gerrits onderbroken met een opmerking over de bespreking van nevenvorderingen, terwijl de procedure volgens de kantonrechter vooral de loonbetaling betreft. De derde keer heeft de kantonrechter het pleidooi volgens X onderbroken door er (onder meer) op te wijzen dat eiser maar liefst twee deskundigenoordelen heeft ingebracht. X stelt dat de kantonrechter vervolgens zonder voorbehoud of enige nuancering heeft gezegd dat de verzekeringsarts het oordeel van de bedrijfsarts tot tweemaal toe heeft ‘overruled’, terwijl mr. Gerrits daarvóór juist uitgebreid had gemotiveerd en onder verwijzing naar jurisprudentie had toegelicht dat en waarom de rechter vrij is om de verklaring van de deskundige naast zich neer te leggen of de deskundige om een nadere toelichting kan verzoeken en waarom dat in dit geval ook zou moeten.

De wrakingskamer oordeelt als volgt. Het is aan de rechter om te bepalen hoe de gang van zaken tijdens de zitting zal zijn: hij bepaalt de regie en waakt ervoor dat de voor de zitting uitgetrokken tijd niet wordt overschreden en dat partijen allen voldoende gelegenheid hebben om hun standpunten naar voren te brengen. Om die reden is het voor de rechter mogelijk (en soms noodzakelijk) een partij ter zitting te onderbreken in zijn betoog. Tegen deze achtergrond is het niet onbegrijpelijk dat de kantonrechter mr. Gerrits heeft onderbroken. Dat geldt temeer nu de kantonrechter in zijn verweerschrift stelt dat tijdens de zitting nagenoeg alleen mr. Gerrits het woord heeft gevoerd en hij circa 40 minuten na aanvang van zijn betoog is onderbroken. Dat de kantonrechter mr. Gerrits toen – en daarna nog tweemaal – heeft onderbroken leidt naar het oordeel van de wrakingskamer niet zonder meer tot de conclusie dat die onderbrekingen zo zeer onbegrijpelijk zijn, dat deze moeten zijn ingegeven door vooringenomenheid van de kantonrechter. Voor het overige zien de wrakingsgronden op de wijze waarop en/of de bewoordingen waarmee de kantonrechter zich ter zitting heeft uitgelaten over de deskundigenrapporten. Verzoekster stelt dat de kantonrechter met de termen ‘overruled’ en ‘second opinion’ onmiskenbaar een waardeoordeel wordt gegeven over de inhoud van het oordeel van de verzekeringsarts in relatie tot het oordeel van de bedrijfsarts. Volgens verzoekster blijkt daaruit dat de kantonrechter het oordeel van de bedrijfsarts naast zich neer heeft gelegd. Daarbij heeft verzoekster gesteld dat het dictaat veel genuanceerder is dan de werkelijk door de kantonrechter ter zitting gemaakte opmerkingen. De wrakingskamer constateert dat uit dit geciteerde onderdeel van het proces-verbaal blijkt dat de kantonrechter op het woord ‘overruled’ wél een nuancering heeft aangebracht (hij heeft van de door gedaagde partij geplaatste kanttekeningen bij het rapport van de verzekeringsarts kennis genomen). Dat de term ‘overruled’ zonder voorbehoud of enige nuance door de kantonrechter is gebruikt, wordt dan ook niet gevolgd. Overigens kan de vraag of de kantonrechter met de termen ‘overruled’ en ‘second opinion’ al dan niet een waardeoordeel heeft uitgesproken naar het oordeel van de wrakingskamer in het midden blijven. Het staat een rechter vrij – met name ook in kort geding – om op enig moment tijdens de zitting een voorlopige visie op de zaak te geven. Daardoor lijdt de rechterlijke onpartijdigheid nog geen schade. De wrakingskamer is van oordeel dat de wijze waarop de kantonrechter in dit geval van die ruimte gebruik heeft gemaakt, geen blijk geeft van vooringenomenheid. Volgt ongegrondverklaring van het verzoek.