Naar boven ↑

Rechtspraak

A/B
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 augustus 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:6750

A/B

Verstrekken van informatie over het functioneren van een ex-collega valt niet onder de strekking van een geheimhoudingsbeding. Selectief beroep op vereenzelviging wordt verworpen.

X heeft op 7 juli 1998 een eenmanszaak ingeschreven, vanaf 1 januari 2009 handelende onder de naam X BV. Op 22 januari 2010 zijn opgericht de besloten vennootschap Y BV, tevens handelende onder de naam X BV. A was enig aandeelhouder en enig bestuurder van Y BV. Enig aandeelhouder/bestuurder van A is X. B heeft op 1 juli 2009 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd getekend voor de duur van tien maanden. De arbeidsovereenkomst is ondertekend door X. De overeenkomst noemt A als ondergetekende en draagt het stempel van X BV. In de arbeidsovereenkomst was een geheimhoudingsbeding opgenomen. B heeft in een getuigschrift en een e-mailbericht een aantal mededelingen gedaan omtrent het functioneren van C, die werkzaam was bij Y BV. A vordert dat B wordt veroordeeld tot betaling van € 5.000 aan verbeurde boetes, omdat B het geheimhoudingsbeding zou hebben geschonden. De kantonrechter heeft de vordering van A afgewezen. Tegen dit vonnis komt A in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. De arbeidsovereenkomst van B is ondertekend door A, op dat moment de handelsnaam van de eenmanszaak van X, later de handelsnaam van de inmiddels gefailleerde onderneming Y BV. Ook de brief van mr. Vahl is een aanwijzing dat Y BV de werkgever van B was geweest. In geen geval komt aan A een vorderingsrecht ter zake van de boete uit de arbeidsovereenkomst toe, omdat A geen contractspartij is. Ook indien het hof de lezing van A volgt dat B als enige werknemer rechtstreeks in dienst van A is gekomen, dan is daarmee het vorderingsrecht van A bepaald nog niet gegeven. Artikel 14 van de arbeidsovereenkomst heeft woordelijk betrekking op het bedrijf en/of cliënten van de werkgever. Indien A als werkgever moet worden aangemerkt, dan moet de schending van het beding betrekking hebben op haar bedrijf of haar cliënten. De gewraakte mededelingen omtrent het functioneren van C hebben hoogstens betrekking op het bedrijf van Y BV waarin deze – onomstreden – werkzaam was en op de heer C zelf. Het bedrijf van Y BV is niet het bedrijf van A, noch is zij een cliënte van A noch kan C als een cliënt van A worden aangemerkt. Het betoog van A dat haar bedrijf ruim moet worden gezien en alle door X beheerste vennootschappen omvat, wordt verworpen. Uitgangspunt van het Nederlandse rechtspersonenrecht is dat elke rechtspersoon als een zelfstandig rechtssubject wordt beschouwd. Vereenzelviging is een uitzondering, die slechts onder strikte regels is toegelaten (vgl. HR 21 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL6071). Het hof ziet in dit geval, waar Y BV failliet is verklaard en A geenszins heeft betoogd dat zij in dat faillissement moet delen, geen reden om uitsluitend daar waar het X te stade komt, wel van vereenzelviging uit te gaan. Daartoe zijn onvoldoende redengevende feiten aangevoerd. Het feit dat A als aandeelhouder van Y BV de ontbindingsvergoeding feitelijk heeft betaald, maakt niet dat Y BV als het bedrijf van A moet worden aangemerkt. Dat B heeft begrepen dan wel had moeten begrijpen dat Y BV in dit kader gelijk moet worden gesteld met het bedrijf van A, blijkt uit niets. Ten overvloede wordt nog overwogen dat ook indien Y BV met A zou worden vereenzelvigd, de gewraakte mededelingen nog immer niet tot het verbeurdverklaren van een boete leiden. De strekking van een geheimhoudingsbeding als het onderhavige is in het algemeen het beschermen van de vennootschap en de daarbij behorende belanghebbenden tegen het weglekken van vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie, vanwege de daaraan verbonden zakelijke risico’s. Uit de verklaringen van de partijen ter comparitie in eerste aanleg en in appel kan niet worden afgeleid dat tussen partijen een verdergaande strekking aan de orde is geweest, laat staan overeengekomen. Het verstrekken van een positieve referentie over een werknemer valt niet onder deze strekking. Volgt bekrachtiging van het bestreden vonnis.