Naar boven ↑

Rechtspraak

Federatie Nederlandse Vakbeweging/KLM en Schiphol
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 augustus 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:3472

Federatie Nederlandse Vakbeweging/KLM en Schiphol

Staking grondpersoneel luchthaven tijdens hoogseizoen verboden: G ESH.

(Hoger beroep van AR 2016-0900.) Tussen FNV en KLM hebben onderhandelingen plaatsgevonden over een nieuwe cao voor het KLM Grondpersoneel. Op 18 juli 2016 heeft KLM een ‘ultiem integraal KLM-voorstel’ gedaan aan alle werknemersorganisaties voor de nieuwe cao. FNV heeft op 19 juli 2016 haar leden verzocht zich uit te spreken voor of tegen een aan KLM te stellen ultimatum en daarop volgende acties indien aan het ultimatum geen gehoor zou worden gegeven door KLM. Drie van de vier andere betrokken vakbonden, te weten De Unie, CNV en NVLT, hebben in nieuwsberichten, nieuwsbrieven en op hun website openlijk kritiek geuit op de (aangekondigde) acties van FNV, alsmede over de snelheid waarmee FNV tot een akkoord wenste te komen. Bij brief van 21 juli 2016 heeft FNV KLM een ultimatum gesteld. FNV heeft geconstateerd dat KLM niet tegemoetkomt aan de eisen en een collectieve actie aangekondigd. Aan acties op 28 juli 2016 hebben ongeveer 200 werknemers deelgenomen, waardoor 28 van de 39 vertrokken intercontinentale vluchten niet of nauwelijks vracht hebben meegenomen. KLM heeft FNV uitgenodigd voor een gesprek op 2 augustus 2016. FNV heeft op deze uitnodiging afwijzend gereageerd en een volgende actie aangekondigd, te weten om op woensdag 3 augustus 2016 van 19:30 uur tot 21:00 uur het werk te onderbreken. KLM en Schiphol hebben vervolgens in kort geding gevorderd enige vorm van collectieve actie in verband met het thans tussen partijen bestaande cao-conflict te verbieden. De rechter heeft geoordeeld dat tot en met 4 september collectieve acties door grondpersoneel KLM vanwege de enorme vakantiedrukte en bestaande terreurdreiging verboden zijn. Beperkingen aan het recht op collectieve actie waren in dit geval maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk. Tegen dit oordeel keert FNV in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Het hof stelt vast dat het voldoende aannemelijk is geworden dat de 70 tot 114 door de staking geraakte vluchten naar verwachting een groot aantal passagiers zullen treffen en voldoende aannemelijk is dat het gelet op de extreme drukte gedurende de vakantieperiode het één of meer dagen zal duren voor het vliegverkeer weer genormaliseerd zal zijn. Tegenover het zwaarwegende belang van KLM c.s. gevrijwaard te blijven van acties gedurende de drukste periode van het jaar staat het onmiskenbare belang van FNV actie te voeren om haar eisen op het gebied van arbeidsvoorwaarden kracht bij te zetten. Dat zij die acties juist wil voeren in de drukste periode van het jaar valt vanuit haar standpunt ook te begrijpen. De gevolgen die een staking op de door FNV voorgestane wijze gedurende de periode tot en met 4 september 2016 zal hebben zijn gelet op hetgeen hierboven is overwogen dermate ingrijpend dat deze op grond van artikel G van het ESH, mede gelet op de wijze waarop dit artikel door de Hoge Raad wordt toegepast, een beperking van het collectieve actierecht rechtvaardigen. Het verbod van de door FNV voorgestane acties tot en met 4 september 2016 is in dat verband proportioneel. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat FNV vanaf 5 september 2016 voldoende middelen ten dienste zullen staan om te trachten haar doelen na te streven. Dat haar recht vervolgens actie te voeren niet onnodig ernstig in het gedrag zal komen wordt mede beïnvloed doordat Schiphol, naar zij heeft gesteld, dan meer mogelijkheden heeft om vertragingen van vluchten op te vangen met minder extreme schade als gevolg. Ook kent het hof in dit verband betekenis toe aan het feit dat KLM c.s. in dit hoger beroep haar vordering heeft beperkt tot het tijdvak eindigend op 5 september 2016 en zich daarmee heeft neergelegd bij deze door de voorzieningenrechter aangebrachte en door het hof aanvaarde beperking. Ten slotte en ten overvloede merkt het hof op dat als het daaraan toegekomen was in elk geval verboden zouden zijn acties die ertoe zouden kunnen leiden dat passagiers niet binnen de gebruikelijke tijd, althans met een aanvaardbare, relatief korte wachttijd, vliegtuigen zouden kunnen verlaten.