Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 augustus 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:6754

werknemer/werkgever

Geheimhoudingsbeding niet geschonden. Derden zijn anderen dan de contractspartijen bij de arbeidsovereenkomst, zodat met derden eerst en vooral is bedoeld anderen dan bij en voor werkgever werkzame personen. Schade ten gevolge van bewust roekeloos handelen van werknemer tijdens dienstverband.

Werknemer is op 1 december 2003 als boekhouder in dienst getreden bij werkgever. Hij is op 13 oktober 2011 door werkgever wegens onregelmatigheden in de boekhouding op staande voet ontslagen. Na beƫindiging dienstverband vordert werknemer onder meer achterstallig salaris en opgebouwde maar niet genoten vakantie uren. De werkgever stelt een tegeneis in en vordert onder meer boete wegens schending geheimhoudingsbeding en schade ten gevolge van bewust roekeloos handelen van de werknemer tijdens dienstverband. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer toegewezen. De kantonrechter heeft een gedeelte van de vorderingen van werkgever toegewezen en dit bedrag verrekend met het in conventie toewijsbaar geachte bedrag. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Wat betreft de schending van het geheimhoudingsbeding wordt als volgt geoordeeld. De administratief medewerker die werkzaam is bij werkgever heeft weliswaar gezien dat er bedrijfsgegevens op de achterbank in de auto van werknemer lagen, maar zij is geen derde in de zin van het geheimhoudingsbeding. Derden zijn anderen dan de contractspartijen bij de arbeidsovereenkomst, zodat met derden eerst en vooral is bedoeld anderen dan bij en voor werkgever werkzame personen. Bovendien bevatte de inhoud van het sms-bericht dat werknemer had gestuurd naar monteur X geen bijzonderheden van het bedrijf van werkgever waarvan werknemer weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat hij die geheim behoort te houden, zodat het sms-bericht evenmin een schending van het geheimhoudingsbeding is. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het geheimhoudingsbeding niet door werknemer is geschonden. De schade ten gevolge van bewust roekeloos handelen valt uiteen in drie onderdelen. Het eerste onderdeel heeft betrekking op facturen betreffende werkzaamheden voor een voetbalvereniging. Werkgever heeft niet een offerte overgelegd waaruit de overeenkomst met de voetbalvereniging blijkt en waarin vermeld staat welke werkzaamheden worden uitgevoerd, welke materialen worden geleverd en welk bedrag daarvoor in rekening wordt gebracht. Evenmin heeft werkgever toegelicht of de alarmcentrale tot het geoffreerde werk behoorde en of het zo is dat het een oude alarmcentrale van een klant betrof waarbij chef-monteur B toestemming heeft gegeven deze uit het magazijn mee te nemen. Hierdoor kan het hof niet vaststellen of werknemer meer of hogere kortingen in de facturen heeft verwerkt dan waarop de voetbalvereniging aanspraak mocht maken. Hierdoor kan ook niet worden vastgesteld dat werknemer met opzet, althans bewust roekeloos, tekort is geschoten in zijn verplichtingen jegens werkgever en, zo ja, dat werkgever schade heeft geleden. Het tweede onderdeel betreft wegboeken van niet-productieve uren van een werknemer. Werkgever heeft met de overgelegde schriftelijke stukken en de afgelegde getuigenverklaringen in beginsel voldoende aangetoond dat de gebruikelijke code voor niet-productieve uren 800 was, dat werknemer de projectnummers 09-0061 en 10-0101 heeft geopend, dat de directie van werkgever en haar accountant niet van die projectnummers op de hoogte waren en dat het projectnummers waren waarop niet-productieve uren van voornamelijk monteur X werden geboekt. Het verweer van werknemer vindt geen steun in de overgelegde stukken en de reeds afgelegde getuigenverklaringen. Gelet op dit verweer en het door werknemer gedane bewijsaanbod is het hof voornemens werknemer toe te laten tot het leveren van tegenbewijs. Voor wat betreft de hoogte van de schade wordt uit doelmatigheidsoverwegingen eerst een comparitie gelast voor het verkrijgen van nadere inlichtingen. Het derde onderdeel betreft het wegboeken van een grote hoeveelheid uren van een werknemer op een dossier waarin voor een gering bedrag een offerte is gegeven. Werkgever heeft geen concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat werknemer wist dat monteur X de door hem opgegeven uren niet daadwerkelijk aan die projecten heeft besteed. Evenmin zijn concrete feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat werknemer met opzet geen melding heeft gedaan of te dien aanzien bewust roekeloos heeft gehandeld. Deze vordering wordt afgewezen.