Rechtspraak
Masser/DAS
In de onderhavige zaak is een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad gesteld over de uitleg van het begrip ‘administratieve procedure’ in artikel 4 lid 1 aanhef en onderdeel a van Richtlijn 87/344/EEG van de Raad van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandverzekering. Nadat het Hof van Justitie EU (AR 2016-0382) antwoord heeft gegeven op de prejudiciële vraag hebben partijen in het geding een schikking getroffen. DAS heeft de Hoge Raad in overweging gegeven de zaak door te halen.
De Hoge Raad oordeelt als volgt. Het antwoord op de door de voorzieningenrechter gestelde prejudiciële vraag is niet meer nodig om op de eis van Masser te beslissen, een en ander als bedoeld in artikel 392 lid 1 Rv. Het komt de Hoge Raad niet geraden voor de prejudiciële vraag desondanks op de voet van artikel 393 lid 9 Rv ook nog zelf te beantwoorden. Op grond van het vorenstaande kan een kostenbegroting op de voet van artikel 393 lid 10 Rv achterwege blijven.