Naar boven ↑

Rechtspraak

AIRINC International Holdings B.V. c.s./werkneemster
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 26 augustus 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:9988

AIRINC International Holdings B.V. c.s./werkneemster

Afwijzing ontbindingsverzoek (h-grond). Overgang van onderneming. Belangenafweging valt uit in het voordeel van werkneemster, mede vanwege de afstand en reistijd naar de nieuwe werkplek (Brussel). Doorbetaling van 100% van het loon tijdens ziekte.

Werkneemster is in dienst van AIRINC. AIRINC maakt deel uit van de wereldwijd opererende AIRINC-Groep. De Nederlandse tak van AIRINC kende in de afgelopen periode een teruggang in personeelsleden, waardoor thans naast werkneemster nog slechts twee (parttime) werknemers in Amsterdam werkzaam zijn. Gelet op deze ontwikkelingen zijn of worden de EMEA-activiteiten van de Nederlandse tak geconsolideerd met die van de Belgische en Engelse takken. Werkneemsters arbeidsplaats verhuist daarmee van Amsterdam naar Brussel en het kantoor in Amsterdam zal worden gesloten. Werkneemster is sinds 29 maart 2016 (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt in verband met een chronische medische aandoening. AIRINC verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van de h-grond van artikel 7:669 BW. Bij wijze van zelfstandig tegenverzoek verzoekt werkneemster AIRINC onder meer te veroordelen tot het betalen van de bonus over 2015, achterstallig loon en doorbetaling van loon tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geƫindigd.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Als uitgangspunt heeft te gelden dat het een bedrijfseconomische beslissing van AIRINC is om de vestiging in Amsterdam te sluiten. Naar het oordeel van de kantonrechter valt de concentratie van activiteiten van de drie betrokken AIRINC-entiteiten te kwalificeren als een (grensoverschrijdende) overgang van ondernemingen. Immers, de activiteiten van de drie entiteiten wijzigen inhoudelijk niet en ook de identiteit in de zin van de wijze waarop AIRINC zich naar buiten toe afficheert blijft onveranderd. Dat klanten van AIRINC in de toekomst vanuit Brussel worden gefactureerd is slechts een administratieve wijziging. Het gevolg hiervan is dat de (Nederlandse) arbeidsovereenkomst, die werkneemster met AIRINC (i.c. AIRINC NL) heeft, ongewijzigd blijft na de concentratie van kantoren in Brussel. Werkneemsters werkgever en kantoorlocatie veranderen wellicht, haar arbeidsovereenkomst niet. Van het vervallen van haar arbeidsplaats is al helemaal geen sprake. Wat wel wijzigt is dat AIRINC van werkneemster verlangt dat zij haar werkzaamheden grotendeels vanuit het kantoor in Brussel gaat verrichten. Daartoe zou zij vrijwel dagelijks vanuit haar woonplaats Den Haag naar Brussel moeten reizen. Het komt bij de beoordeling aan op een belangenafweging tussen de belangen van AIRINC en die van werkneemster. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkneemster in voldoende mate duidelijk gemaakt dat zij haar werkzaamheden voor haar Nederlandse klanten, die zij ook in de toekomst als onweersproken door AIRINC moet blijven bedienen, op de wijze zoals zij dat in de afgelopen periode heeft gedaan, namelijk vanuit huis, ter plaatse van haar klanten en eenmaal per week vanuit kantoor in Amsterdam kan blijven verrichten. En AIRINC heeft naar het oordeel van de kantonrechter in onvoldoende mate onderbouwd waarom haar aanwezigheid in Brussel voor ten minste vier dagen per week noodzakelijk is om haar werkzaamheden, die aldus ongewijzigd blijven, uit te voeren. De kantonrechter neemt bij deze belangenafweging mede in overweging dat de afstand en reistijd tussen Den Haag en Brussel, zeker tijdens werktijden aanzienlijk is en het vrijwel dagelijks op en neer reizen onmiskenbaar een aanmerkelijk tijdsbeslag vergt en dat, zoals eerder overwogen, in een situatie dat de enige werkelijke wijziging in de arbeidsrelatie is dat AIRINC haar kantoorlocatie te Amsterdam om bedrijfseconomische redenen sluit. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek. De verzochte doorbetaling van 100% van haar loon zal de kantonrechter toewijzen. Werkneemster heeft naar voren gebracht dat het bij AIRINC gebruikelijk is tijdens ziekte 100% van het loon door te betalen en dat dat ook bij eerdere arbeidsongeschiktheid is gebeurd. De kantonrechter zal de vordering tot nabetaling van het tekort aan loon over de maanden april, mei, juni en juli eveneens toewijzen. Ook het verzoek tot betaling van de bonus zal worden toegewezen.