Naar boven ↑

Rechtspraak

FonQ.nl B.V./werknemer
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 20 september 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:5054

FonQ.nl B.V./werknemer

Opzegverbod (ziekte) staat in de weg aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst met cocaïne- en crackverslaafde werknemer, die nog geen twee jaren ziek is.

Werknemer is sinds 12 december 2011 als magazijnmedewerker in dienst van FonQ.nl B.V. (hierna: Fonq), een webwarenhuis. Op 11 juni 2015 heeft werknemer zich bij Fonq ziekgemeld. Toen bleek Fonq dat werknemer verslaafd was aan harddrugs. Na een opname in een behandelcentrum en een nazorgtraject heeft werknemer vanaf 13 oktober 2015 de bedongen arbeid weer volledig hervat. Op 6 november 2015 heeft de moeder van werknemer aan Fonq laten weten dat sprake was van een terugval in drugsgebruik en dat werknemer zou worden opgenomen in een afkickkliniek in Zuid-Afrika, voor de duur van twee maanden. Vanaf 6 april 2016 moest werknemer voor een derde keer worden opgenomen. Deze derde opname heeft geduurd tot 12 juni 2016. Fonq verzoekt thans de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen (e-grond), subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond) en/of vanwege andere omstandigheden (h-grond). Werknemer voert hiertegen onder meer aan dat het opzegverbod tijdens ziekte aan ontbinding in de weg staat.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat werknemer nog geen twee jaren aaneengesloten arbeidsongeschikt is. Dat de arbeidsongeschiktheid van werknemer voortvloeit uit zijn verslaving doet aan de toepasselijkheid van het opzegverbod tijdens ziekte niet af. Verslaving aan harddrugs moet als ziekte in de zin van artikel 7:670 lid 1 BW (en art. 7:629 lid 1 BW) worden aangemerkt. Verwezen wordt naar de STECR Werkwijzer ‘Verslaving en werk’. Blijkens een brief van 30 mei 2016 zijn de behandelaars van werknemer van mening dat hij lijdt aan een cocaïne- en crackverslaving. Vast staat dat de bedrijfsarts werknemer, laatstelijk op 18 augustus 2016, wegens zijn verslavingsziekte arbeidsongeschikt heeft geacht. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die op grond van artikel 7:670a lid 2 BW aan de toepasselijkheid van het opzegverbod bij ziekte in de weg staan, moet ingevolge artikel 7:671b lid 6 BW worden beoordeeld of het ontbindingsverzoek niettemin kan worden ingewilligd, omdat het verzoek geen verband houdt met omstandigheden waarop dit opzegverbod betrekking heeft. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een zodanig verband tussen enerzijds de ziekte en arbeidsongeschiktheid van werknemer en anderzijds de door Fonq ter onderbouwing van de gestelde ontslaggronden aangevoerde feiten en omstandigheden dat voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst voorshands – zolang het opzegverbod bij ziekte geldt – geen plaats is. Fonq verwijt werknemer dat het hem na twee klinische opnames niet is gelukt om van zijn drugsverslaving af te komen, dat hij begin 2016 opnieuw is teruggevallen en een derde opname nodig is gebleken, zulks ondanks dat Fonq zich vanaf medio 2015 zeer voor zijn herstel en re-integratie heeft ingespannen. De kantonrechter constateert dat hiermee het verband met het opzegverbod is gegeven. Fonq kan ook overigens niet in haar standpunt worden gevolgd. In genoemde STECR Werkwijze wordt erop gewezen dat het afkicken van drugs ‘een proces van vallen en opstaan’ is, dat is ‘aangetoond dat er verschillen bestaan in de hersenen van verslaafde mensen ten opzichte van gezonde mensen’, dat ‘(d)e visie dat het mogelijk moet zijn om puur op wilskracht te kunnen stoppen met een middel of gedrag waaraan men verslaafd is geraakt (–) hiermee definitief van de baan’ is en dat het ‘een illusie (is) dat men er al na één behandeling van af is.’ Dit strookt met de bevindingen van de behandelaars van werknemer. De overige verwijten die Fonq aan het adres van werknemer maakt en hetgeen zij hem tegenwerpt in het kader van de gestelde verstoring van de arbeidsverhouding, houden evenzeer verband met de verslavingsziekte van werknemer en de onderliggende persoonlijkheidsproblematiek. Nu het ontbindingsverzoek verband houdt met de ziekte en arbeidsongeschiktheid van werknemer moet het ontbindingsverzoek van Fonq worden afgewezen.