Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Vrije School Amersfoort/werkneemster
Rechtbank Midden-Nederland, 22 september 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:5099

Stichting Vrije School Amersfoort/werkneemster

Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst leraar op basis van d-grond, omdat er een herplaatsingsmogelijkheid is. Hoewel werkneemster onbevoegd is als groepsleerkracht te werken, heeft zij al jaren in die functie gewerkt en had werkgever haar eerder op de onbevoegdheid moeten wijzen. Onvoldoende zorg voor scholing.

Werkneemster is op 2 september 2002 in dienst getreden van de Vrije School in de functie van leraar. Op deze arbeidsovereenkomst is de CAO Primair Onderwijs van toepassing. Werkneemster is in het bezit van een akte van bekwaamheid van de tweede graad tot het geven van voortgezet onderwijs in de vakken Duits en Nederlands. De Vrije School verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst (primair) op grond van de ongeschiktheid van werkneemster tot het verrichten van de bedongen arbeid als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onderdeel d BW. De Vrije School legt aan haar verzoek ten grondslag dat werkneemster niet de bevoegdheid heeft als groepsleerkracht in het basisonderwijs te werken.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat werkneemster de bevoegdheid heeft als vakleerkracht Duits en Nederlands in het basisonderwijs te werken. Gelet hierop, en ook overigens, is niet gebleken van de ongeschiktheid van werkneemster tot het verrichten van de bedongen arbeid wat betreft het werk als vakleerkracht Duits. Op dit punt is dan ook geen sprake van een redelijke grond in de zin van artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. Het betoog van de Vrije School dat er geen (financiƫle) ruimte is werkneemster vaklessen Duits te laten geven, is geen aspect dat in het kader van de beoordeling van de d-grond een rol speelt, zodat er geen ruimte is voor de kantonrechter om dit in die beoordeling te betrekken. Vast staat ook dat het vak Nederlands niet als apart vak gegeven wordt in het basisonderwijs. Wel staat vast dat er lessen zijn waarin verschillende onderdelen van de Nederlandse taal worden behandeld. De Vrije School heeft haar stelling dat werkneemster niet bevoegd is les te geven in deze taalonderdelen, in het licht van de betwisting door werkneemster, onvoldoende onderbouwd. Gelet hierop is ook op dit punt geen sprake van een redelijke grond in de zin van artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW.

Medio 2015 heeft de Vrije School werkneemster laten weten dat zij niet bevoegd is als groepsleerkracht te werken. Nadat werkneemster dit aanvankelijk heeft betwist, stelt zij zich nu op het standpunt dat zij hiervoor inderdaad niet bevoegd is. Vast staat dus dat werkneemster ongeschikt is de bedongen arbeid wat betreft het werk als groepsleerkracht te verrichten. De kantonrechter is evenwel van oordeel dat de Vrije School haar hiervan niet tijdig in kennis heeft gesteld in de zin van artikel 7:669 lid 3 BW. Vast staat dat werkneemster jarenlang onbevoegd als groepsleerkracht heeft gewerkt. Van de Vrije School had verwacht mogen worden dat zij hiervan op de hoogte was en dat zij dit in een veel eerder stadium had meegedeeld aan werkneemster. Indien de Vrije School dit had gedaan, dan had werkneemster veel eerder kunnen beginnen met een zij-instroomtraject aan de PABO om alsnog haar lesbevoegdheid voor het werk van groepsleerkracht te behalen. De Vrije School heeft daarmee onvoldoende zorg gehad voor de scholing van werkneemster als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. Geconcludeerd wordt dat er een herplaatsingsmogelijkheid is in de zin van artikel 7:669 lid 1 BW. Om die reden kan het ontbindingsverzoek evenmin worden toegewezen op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. Los daarvan overweegt de kantonrechter dat de Vrije School haar stelling dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, in het licht van de betwisting door werkneemster, onvoldoende heeft onderbouwd. Ook het beroep op de h-grond faalt. De uitspraak van de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland van 28 juni 2016 (zie AR 2016-0742) waarnaar de Vrije School verwijst maakt dit niet anders, omdat dit geen vergelijkbare situatie betreft. In die uitspraak was sprake van een situatie waarbij het minimaal twee jaar zou duren voordat de betreffende werknemer over het vereiste diploma zou beschikken om de bedongen arbeid te kunnen verrichten, terwijl werkneemster direct inzetbaar is als groepsleerkracht zodra zij begint met het zij-instroomtraject aan de PABO. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.