Rechtspraak
X/Y
In opdracht van De Persgroep verzorgt X de distributie van kranten e.d. in de Utrechtse wijk Overvecht. Op 13 oktober 2014 is tussen Y en X een overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW) tot stand gekomen. Op deze overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard. Waar X tot dan toe de bezorging in wijk 19 had gedaan, zijn partijen in of omstreeks mei 2016 overeengekomen dat X de bezorger voor de wijken 9 en 11 zou worden. Over periode 7 van 2016 (van 20 juni tot en met 17 juli 2016) heeft X van De Persgroep een bezorgvergoeding van € 793,51 ontvangen. Van de bezorgvergoeding diende hij zelf de verschuldigde belasting en premies af te dragen. Vanaf 5 augustus tot 12 september 2016 is X met vakantie geweest. Gedurende ongeveer vijf weken heeft hij voor Y geen werkzaamheden verricht en zich niet door een ander doen vervangen. Y heeft de wijken 9 en 11, waarvoor X tot dan toe de bezorger was, vanaf 5 augustus 2016 aan een ander gegund. Aan X is vanaf 5 augustus 2016 geen bezorgvergoeding meer betaald. Na zijn terugkeer van vakantie, op 12 september 2016, is X niet meer in staat gesteld bezorgwerk te verrichten. Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of sinds 30 mei 2016 sprake is van een arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Gezien het over en weer door partijen gestelde, is ter zitting voldoende twijfel aan de echtheid van de door X in het geding gebrachte overeenkomst gerezen dat niet zonder meer waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure komt vast te staan dat eind mei 2016 met hem een arbeidsovereenkomst is gesloten. Die twijfel houdt met name verband met de in de overgelegde arbeidsovereenkomst gebruikte naam van de werkgever (‘Model B.V.’) en het feit dat deze vennootschap niet staat ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel, alsmede met de omstandigheid dat de handtekening aan werkgeverszijde aanmerkelijk afwijkt van de handtekening die Y blijkens de door hem ter zitting getoonde zakelijke stukken, en de door hem ter zitting op een papier gezette handtekening, pleegt te gebruiken. Maar ook indien er – met X – van zou moeten worden uitgegaan dat op 30 mei 2016 een overeenkomst als de door hem overgelegde is tot stand gekomen en Y daaraan jegens hem gebonden is, dan nog zou dit X niet baten. Wanneer iemand niet contractueel verplicht is om de arbeid persoonlijk te verrichten, is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst (vgl. HR 21 maart 1969, NJ 1969/321, inzake Heger/De Geïllustreerde Pers). Hierbij komt het aan op hetgeen partijen bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven (vgl. HR 14 november 1997, NJ 1998/149, inzake Groen/Schoevers). Niet gesteld is dat partijen in mei 2016 een wijziging hebben willen brengen in de aard van hun onderlinge rechtsverhouding, die vanaf oktober 2014 op een overeenkomst van opdracht was gebaseerd. Ingevolge de op die overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden was X niet verplicht de bezorgwerkzaamheden persoonlijk te verrichten, maar mocht hij zich door anderen laten vervangen. X heeft gesteld dat hij zich bij verhindering ook daadwerkelijk door een ander heeft laten vervangen. Niet gebleken is dat hierin per 30 mei 2016 verandering is gekomen. Het onderhavige geschil komt juist voort uit de gang van zaken bij (het ontbreken van) vervanging tijdens de afwezigheid van X wegens vakantie in augustus en september 2016. Voorshands moet dan ook worden geconcludeerd dat eind mei 2016 geen einde is gekomen aan de vanaf oktober 2014 tussen partijen bestaande overeenkomst van opdracht en dat hun rechtsverhouding vanaf eind mei 2016 niet als een arbeidsovereenkomst kan worden gekwalificeerd. Hierop stuit de primaire vordering van X af. Omdat het voor rekening en risico van Y komt dat X van 12 tot 26 september 2016, gedurende de opzegtermijn (zoals opgenomen in de overeenkomst van opdracht), geen bezorgwerk heeft verricht, is hij hem een bezorgvergoeding voor de duur van die twee weken verschuldigd.