Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 26 oktober 2016
ECLI:NL:RBOBR:2016:6095
werkneemster/Stichting Neutraal Onderwijs Wilhelmina
Werkneemster is op 22 september 2015 in dienst getreden bij de Wilhelminaschool in de functie van leraar LA. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO PO van toepassing. Werkneemster heeft veel contracten voor bepaalde tijd gekregen ter vervanging van zieke docenten. In de CAO PO 2014-2015 werd gebruik gemaakt van de uitzonderingsmogelijkheid die artikel 7:668a (oud) BW bood. Dit hield in dat er in het primair onderwijs een onbeperkt aantal tijdelijke dienstverbanden binnen drie jaar mochten worden afgesproken, zonder dat er een vaste aanstelling ontstond. De CAO PO 2014-2015 is opgezegd op 22 december 2014. De Wilhelminaschool heeft werkneemster medegedeeld dat haar arbeidsovereenkomst eindigt op 29 juni 2016. Bij brief van 4 juli 2016 heeft werkneemster zich op het standpunt gesteld dat het dienstverband niet is geëindigd. De nieuwe CAO PO 2016-2017 is tot stand gekomen in juni 2016 en is van kracht per 1 juli 2016. In deze cao is in zoverre gebruik gemaakt van lid 5 van artikel 7:668a (nieuw) BW dat vanaf 1 juli 2016 maximaal zes tijdelijke contracten ter vervanging binnen een periode van drie jaar mogen worden afgesloten zonder dat een vast dienstverband ontstaat. Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand is gekomen op 12 oktober 2015, dan wel op 1 juli 2016.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In het overgangsrecht van artikel 7:668a BW (art. XXIIe lid 1) staat, kort samengevat, dat, indien er op of na 1 juli 2015 een arbeidsovereenkomst is aangegaan waarin een cao van toepassing is verklaard die nog het oude artikel 7:668a BW aanhoudt of een afwijkende regeling hieromtrent bevat, er voor de duur van de looptijd van de cao gekeken dient te worden naar de betreffende cao, maar ten hoogste gedurende twaalf maanden na de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 7:668a BW, te weten 1 juli 2016. Met andere woorden, ten aanzien van de ketenregeling bepaalt het overgangsrecht dat op 1 juli 2015 geldende cao-afspraken tot uiterlijk 1 juli 2016 worden gerespecteerd. Partijen verschillen van mening over de vraag wat onder de looptijd van de cao dient te worden verstaan. Niet ter discussie staat dat de CAO PO 2014-2015 tijdig is opgezegd. Volgens werkneemster brengt die opzegging met zich dat de cao op 1 juli 2015 is geëxpireerd, maar de Wilhelminaschool stelt zich op het standpunt dat de cao doorloopt omdat in de cao is opgenomen dat deze van kracht blijft indien er wordt opgezegd maar nog geen nieuw akkoord is bereikt. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p. 127) is met betrekking tot het overgangsrecht vermeld dat na het aflopen van de cao het nieuwe recht van toepassing is. In de nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 7, p. 37) wordt de expiratiedatum genoemd als moment tot wanneer de afwijkingsmogelijkheid blijft gelden. De vakbonden hebben op 22 december 2014 de cao bewust opgezegd. Uit de opzegging door de cao-partijen moet worden afgeleid dat zij hebben bedoeld de cao per 1 juli 2015 haar gelding te laten verliezen. Door de opzegging is de looptijd van de CAO PO 2014-2015 dus geëindigd per genoemde datum. Dat de cao zelf bepaalt dat deze nog van kracht blijft totdat een nieuw akkoord is bereikt, doet aan het feit dat de looptijd van de cao is verstreken niet af. Nu de cao op 1 juli 2015 is geëxpireerd, is de nieuwe ketenregeling direct van toepassing op de arbeidsovereenkomsten van werkneemster. Op 12 oktober 2015 hebben werkneemster en de Wilhelminaschool de vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gesloten. Gelet op het bepaalde in artikel 7:668a BW geldt deze vierde arbeidsovereenkomst dan ook als aangegaan voor onbepaalde tijd. De Wilhelminaschool wordt veroordeeld om werkneemster binnen één week na betekening van deze beschikking toe te laten tot haar school en werkneemster daar in de gelegenheid te stellen de overeengekomen werkzaamheden te verrichten.