Naar boven ↑

Rechtspraak

G4S Aviation Security B.V./werkneemster
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 11 augustus 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:9064

G4S Aviation Security B.V./werkneemster

Afwijzing ontbindingsverzoek wegens herhaaldelijk te laat komen. Werkneemster heeft nog niet het volledige ‘negenstappenplan’ doorlopen.

Werkneemster is op 22 februari 1999 in dienst getreden bij G4S. De laatste functie die zij vervulde, is die van teamlid (visiteur B). G4S verzoekt ontbinding wegens verwijtbaar handelen (e-grond). Ter onderbouwing is het volgende naar voren gebracht. G4S verricht beveiligingswerkzaamheden op Schiphol. Daarbij is van belang dat werknemers tijdig op het werk aanwezig zijn, aangezien anders vertragingen kunnen ontstaan. Met die vertragingen zijn aanzienlijke kosten gemoeid. G4S heeft een procedure aan- en afmelden opgesteld. Deze procedure is met de ondernemingsraad afgestemd. Na de UWV-procedure is werkneemster teruggezet in stap zes en is zij, ondanks afspraken en haar beloftes tijdig op het werk te verschijnen, een viertal keren te laat aangemeld. Daarmee is de maat voor G4S vol. Het verweer van werkneemster strekt tot afwijzing van het verzoek.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Vast staat dat een procedure aan- en afmelden van toepassing is. Gelet op de positie van G4S op Schiphol is voorstelbaar dat G4S deze procedure strak hanteert. Het niet hanteren van dit protocol brengt immers een aanzienlijke kans op schade met zich. Werkneemster weet ook dat G4S dit beleid strak hanteert en is mede naar aanleiding van de procedure bij het UWV reeds gewaarschuwd. Uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, kan werkneemster G4S niet tegenwerpen dat zij problemen met het openbaar vervoer ondervindt. Immers, het is algemeen bekend dat in de nachtelijke uren minder bussen rijden, zodat de kans op te laat komen groter is dan overdag. Uitgangspunt is dan ook dat het de verantwoordelijkheid van werkneemster is om zich tijdig op de juiste plaats aan te melden. Anderzijds dient G4S wel oog te houden voor de specifieke situatie van haar werknemers en dient naast de op grond van haar procedure aan- en afmelden aangemaakte standaardbrieven ook een inhoudelijke weging te worden gehanteerd. Er hebben weliswaar persoonlijke gesprekken plaatsgevonden met werkneemster, maar dat daarbij ook telkens daadwerkelijk een afweging is gemaakt tussen de aan de orde zijnde belangen van werkneemster en die van G4S is niet gebleken. G4S blijft slechts vasthouden aan haar beleid. Tijdens de mondelinge behandeling heeft G4S dit ook bevestigd en gezegd dat ‘het zo kan zijn dat een melding niet juist geweest is, maar dan blijven er nog negen stappen over’ alvorens tot een beëindiging van het dienstverband wordt besloten. Dit standpunt volgt de kantonrechter niet.

Indien blijkt dat een melding niet juist is, dient deze ertussenuit te vallen. Bij gebreke van betwisting van het verweer van werkneemster op dit punt gaat de kantonrechter ervan uit dat werkneemster op 24 mei 2015 tijdig aanwezig was, maar dat zij te laat heeft geklokt. Op het moment dat zij daarop werd aangesproken, slechts enkele minuten na de begintijd, heeft werkneemster zich alsnog aangemeld. Als onbetwist staat vast dat voor werkneemster pas na enige maanden duidelijk was dat deze melding ook is meegewogen in het stappenplan. Gelet op het feit dat werkneemster ruim tevoren aanwezig was en zich slechts korte tijd na de aanvangstijd alsnog heeft ingeklokt en G4S werkneemster ondanks haar verweer niet direct heeft laten weten dat zij met deze ‘te laat’-melding in stap zeven terecht was gekomen, acht de kantonrechter deze melding niet terecht meegewogen in het stappensysteem. De volgende melding is van 25 oktober 2015. Tussen deze melding en, bij het wegvallen van de melding van 24 mei 2015, de daarvóór gedane melding van december 2014 zit een periode van meer dan zes maanden. Dit betekent dat de melding van 25 oktober 2015 heeft te gelden als stap één. Echter mag ook de melding van 25 oktober 2015 niet worden meegewogen. Als onbetwist staat immers vast dat de eerste nachtbus niet reed en dat de volgende nachtbus was betrokken bij een ongeval. Dit laatste is een onvoorziene omstandigheid, waarmee ook werkneemster geen rekening kon houden. De twee laatste meldingen dienen wel te blijven staan. Werkneemster staat gelet op het vorenstaande aldus in stap twee, hetgeen volgens de procedure van G4S geen reden is voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.