Naar boven ↑

Rechtspraak

Federatie Nederlandse Vakbeweging/Aelbers Flexibele Personeelsdiensten BV
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 25 oktober 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:8599

Federatie Nederlandse Vakbeweging/Aelbers Flexibele Personeelsdiensten BV

Uitleg cao-bepaling. Werkgever is niet op grond van artikel 55 CAO Bouwnijverheid of enige andere wettelijke bepaling of overeenkomst gehouden de huisvesting in Nederland te vergoeden. Het staat werkgever en bij haar werkzame arbeidsmigranten dan ook vrij op de voet van artikel 22 CAO NBBU overeen te komen dat het brutoloon van arbeidsmigranten wordt ingeruild tegen huisvestingskosten.

Aelbers Flexibele Personeelsdiensten BV (hierna: Aelbers) werft werknemers in, onder meer, Polen en stelt aan hen in Nederland huisvesting ter beschikking in de buurt van de (bouw)plaats waar de werknemers moeten werken. Aelbers brengt een vergoeding voor huisvesting en reiskosten naar het land van herkomst in mindering op het brutoloon van de werknemers. FNV stelt dat dit in strijd is met de CAO Bouwnijverheid, die van toepassing is op grond van het loonverhoudingsvoorschrift uit de NBBU-cao en artikel 8 Waadi. Artikel 55 CAO Bouwnijverheid bepaalt dat, als het werk zo ver van de woning van de werknemer gelegen is dat dagelijks huiswaarts keren van de werknemer onredelijk zou zijn, de werkgever dient te zorgen voor (een vergoeding van), onder meer, voeding en behoorlijke huisvesting. FNV stelt dat deze bepaling de uitzendonderneming verplicht om de kosten voor voeding en voor huisvesting in Nederland voor haar rekening te nemen. De kantonrechter volgt in zijn vonnis de FNV niet in deze stelling. Tegen dit vonnis komt de FNV in hoger beroep.

Het hof oordeelt als volgt. Er is geen voor derden kenbare officiële toelichting op de onderhavige cao voorhanden. De door FNV genoemde toelichtingen kunnen – ook indien die voor Aelbers kenbaar zijn – niet als voor een ieder kenbare officiële toelichtingen worden aangemerkt, nu deze niet deel van de cao uitmaken of daaraan zijn gehecht. Het is immers van belang dat de onderhavige cao voor iedere betrokken werkgever en werknemer op eenduidige wijze wordt uitgelegd en niet verschillend voor degenen die een bepaalde toelichting wel of niet kennen. De bepaling van artikel 55 lid 1 van de cao voor de Bouwnijverheid laat geen andere uitleg toe dan dat met woning in de zin van dat artikel wordt bedoeld de woning waarin zij ten tijde van het verrichten van hun arbeid wonen, te weten de woning in Nederland en niet de eventuele woning in het land van herkomst. Het is evident dat de onderhavige bepaling betrekking heeft op werknemers die op verzoek van hun werkgever arbeid verrichten ver van hun woning en daardoor onredelijk lange reistijden kunnen hebben en in zoverre bescherming behoeven. De door FNV voorgestane uitleg van het begrip woning leidt tot ongerijmde gevolgen. De voornoemde uitleg leidt niet tot ongelijke behandeling van arbeidsmigranten, zoals FNV heeft gesteld. Voor zowel Nederlandse als buitenlandse werknemers geldt immers dezelfde bepaling, waarbij voor de beide categorieën geldt dat het begrip woning de woning is waar zij in de tijd van hun arbeid (al dan niet tijdelijk) wonen. Nu Aelbers niet gehouden is op grond van artikel 55 CAO Bouwnijverheid of enige andere wettelijke bepaling of overeenkomst de huisvesting in Nederland te vergoeden, staat het haar en bij haar werkzame arbeidsmigranten vrij op de voet van artikel 22 CAO NBBU overeen te komen dat het brutoloon van arbeidsmigranten wordt ingeruild tegen voornoemde kosten.