Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 19 augustus 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:9039
werkneemster/Stichting Frans Hals Museum
Werkneemster is in dienst geweest van Stichting Frans Hals Museum (hierna: SFHM). Werkneemster verzoekt onder meer voor recht te verklaren dat zij aanspraak kan maken op de aanvullende uitkering van artikel 10d:10 e.v. van het Ambtenarenreglement en op de na-wettelijke uitkering van artikel 10d:15 e.v. van het Ambtenarenreglement, alsmede om te bepalen dat aan werkneemster de transitievergoeding van € 51.023 wordt toegekend.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Naar het oordeel van de kantonrechter is in het onderhavige geval niet (zoals werkneemster primair aanvoert) artikel 2, maar artikel 3 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding (hierna: het besluit) van toepassing. Artikel 3 van het besluit is van toepassing indien de werknemer, anders dan op grond van tussen de werkgever of verenigingen van werkgevers en verenigingen van werknemers gemaakte afspraken, recht heeft op vergoedingen of voorzieningen als bedoeld in artikel XXII lid 7 WWZ. Uit artikel 3 van het besluit volgt dat in het onderhavige geval werkneemster een aanspraak heeft op de vergoedingen zoals bepaald in het Ambtenarenreglement, of de transitievergoeding. Werkneemster heeft (nog) geen afstand gedaan van haar recht op de vergoedingen en voorzieningen op basis van het Ambtenarenreglement. Om die reden maakt zij geen aanspraak op de transitievergoeding. Partijen zijn het niet eens over het beloop van de vergoedingen en voorzieningen van werkneemster op basis van het Ambtenarenreglement. In de eerste plaats verschillen partijen van mening over de vraag of werkneemster aanspraak kan maken op de aanvullende uitkering zoals bepaald in artikel 10d:10 van het Ambtenarenreglement. SFHM heeft aangevoerd dat hiervan geen sprake is omdat werkneemster niet is ontslagen op grond van artikel 8:3 of 8:6 van het Ambtenarenreglement, maar op grond van artikel 7:691b jo. 7:669 lid 3 onderdeel d BW. Voorts heeft werkneemster de re-integratiefase niet doorlopen. Voor zover SFHM betoogt dat artikel 10d:10 van het Ambtenarenreglement niet van toepassing is omdat werkneemster is ontslagen op grond van het BW gaat de kantonrechter daaraan voorbij. Een dergelijke stringente uitleg van de bepalingen van het Ambtenarenreglement zou de door partijen overeengekomen vantoepassingverklaring van dit reglement op de arbeidspositie van werkneemster illusoir maken. Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag van werkneemster verleend op grond van het equivalent van het bepaalde in artikel 8:6 van het Ambtenarenreglement. SFHM is voorts degene geweest die heeft afgezien van re-integratie omdat zij daartoe geen mogelijkheden had. Werkneemster heeft wel om re-integratie verzocht. Onder deze omstandigheden kan het niet doorlopen hebben van de re-integratiefase werkneemster niet worden tegengeworpen. Ten tweede twisten partijen over de vraag of werkneemster aanspraak kan maken op de na-wettelijke uitkering zoals bepaald in artikel 10d:15 van het Ambtenarenreglement. Volgens de kantonrechter ziet de ongeschiktheid van werkneemster met name op haar functioneren als MT-lid. De ongeschiktheid van werkneemster is in overwegende mate gelegen in het feit dat zij in de nieuwe organisatie niet mee kon komen. Het ontslag ligt daarmee in de werksfeer en is niet grotendeels aan de werknemer te wijten. SFHM heeft voorts een beroep gedaan op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid. De toekenning van een (ontslag)vergoeding die (substantieel) hoger is dan de transitievergoeding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, aldus SFHM. Naar het oordeel van de kantonrechter kan hetgeen SFHM heeft aangevoerd niet tot matiging op grond van de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid leiden. SFHM heeft bij haar verzelfstandiging ervoor gekozen de gemeentelijke arbeidsvoorwaarden van toepassing te verklaren op de civiele arbeidsovereenkomsten die zij dientengevolge met haar medewerkers sloot. Zoals uit de aanbiedingsbrief bij de arbeidsovereenkomst en de preambule van het Social plan verzelfstandiging Frans Hals Museum│De Hallen Haarlem blijkt, was de bedoeling van SFHM ook om gelijke arbeidsvoorwaarden te garanderen voor haar medewerkers. Hierbij had SFHM kunnen en moeten voorzien wat de gevolgen daarvan konden zijn. Ook had zij daar toen op kunnen anticiperen. Dat zij dat niet of onvoldoende heeft gedaan komt voor haar risico. Volgt toewijzing van de verklaring voor recht dat werkneemster aanspraak kan maken op de aanvullende uitkering van artikel 10d:10 van het Ambtenarenreglement en op de na-wettelijke uitkering van artikel 10d:15 van het Ambtenarenreglement, voor zover aan de vereisten van voornoemde artikelen is voldaan.