Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 2 november 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:5714
werkneemster/Stichting Regionaal Bureau voor Toerisme Heuvelrug en Vallei c.s.
Werkneemster is sinds 2002 in dienst van VVV Soest. Zij vervulde laatstelijk de functie van directeur. VVV Soest beschikte over een winkel. VVV Soest had met de ANWB een franchiseovereenkomst gesloten, op basis waarvan VVV Soest in haar winkel ook ANWB-artikelen verkocht. ANWB heeft besloten de franchiseovereenkomst niet te verlengen. Als gevolg van de opzegging van het franchisecontract door de ANWB heeft er binnen VVV Soest een reorganisatie plaatsgevonden en zijn alle medewerkers, met uitzondering van werkneemster, ontslagen. Al in 2013 waren voorbereidingen getroffen voor de oprichting van een nieuwe regionale toeristische organisatie, RBT. De plannen voor de oprichting van RBT zijn uitgewerkt in een ‘Transitieplan naar nieuw Regionaal Toerisme voor de Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei’ en een ‘Businessplan 2015-2018 Utrechtse Heuvelrug & Gelderse Vallei’. Onderdeel van deze plannen was dat de drie VVV’s zouden worden opgeheven. VVV Soest heeft het dienstverband met werkneemster op grond van de verkregen toestemming van het UWV bij brief van 19 januari 2015 opgezegd tegen 31 maart 2015. VVV Soest is feitelijk per 1 april 2015 opgeheven. RBT is per 1 januari 2015 gestart met haar werkzaamheden. Kern van het geschil is de vraag of sprake is van een overgang van onderneming (art. 7:662 BW).
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of sprake is van behoud van identiteit. De vraag of sprake is van identiteitsbehoud, moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke omstandigheden van het geval (HvJ EU 18 maart 1986, ECLI:NL:XX:1986:AC8669, (Spijkers)). Het feit dat VVV Soest en RBT blijkens hun statuten dezelfde doelstelling hebben en deze doelstelling onder andere door informatievoorziening en lokale aanwezigheid trachten te bereiken, is een belangrijke aanwijzing dat sprake is van behoud van identiteit. De omstandigheid dat RBT ter verwezenlijking van haar doelstelling in de praktijk deels andere activiteiten ontplooit dan VVV Soest en in een groter werkgebied opereert, is inherent aan de maatschappelijke ontwikkelingen (door de toenemende digitalisering bestaat steeds minder behoefte aan fysieke locaties van winkels of dienstverlenende instellingen) en kan in dit geval niet tot de conclusie leiden dat de identiteit van de onderneming hierdoor verloren is gegaan. Andere aanwijzingen voor behoud van identiteit zijn gelegen in het feit dat RBT blijkens het Transitieplan in ieder geval voornemens was de vrijwilligers en de donateurs van de drie VVV’s mee te nemen en dat de partijen die betrokken waren bij de oprichting van RBT hebben afgesproken om essentiële bedrijfsgegevens (waaronder relatielijsten, gegevens van leden/donateurs, databestanden, kennis van huidig personeel en bestuursleden) overdraagbaar te maken. RBT heeft niet betwist dat de VVV-licentie voor het werkgebied van VVV Soest en de domeinnamen www.vvvsoest.nl en www.vvv-soest.nl zijn overgedragen aan RBT en dat de bezoekers van deze websites nu worden doorgeleid naar de website van RBT. Voorts blijkt uit de brieven van de gemeente Soest van 28 november 2014 en 9 december 2014 dat zij de subsidie voor 2015 tot 1 april 2015 aan VVV Soest verleent en het restantbedrag na 1 april 2015 aan RBT toekent. Ook voor 2016 heeft zij het doorzetten van de huidige subsidiebudgetten voor VVV en promotie naar RBT gegarandeerd. RBT heeft voorts de stelling van werkneemster dat was afgesproken dat het eventueel resterend eigen vermogen van VVV Soest zou worden overgenomen door RBT, niet betwist. Ten slotte is van belang dat VVV Soest met ingang van 1 april 2015 is opgehouden te bestaan en RBT per dezelfde datum is gestart met haar werkzaamheden. Er is dus sprake van een vloeiende overgang. Gelet op al deze omstandigheden is sprake van behoud van identiteit.
Nu in dit geval sprake is van samenhangende besluitvorming met betrekking tot de ontbinding van VVV Soest en de oprichting van RBT en hiertoe – onder meer in het Transitieplan en het Businessplan – gedetailleerde afspraken zijn gemaakt, is aan het vereiste ‘overeenkomst’ voldaan. Nu niet in geschil is dat VVV Soest kan worden aangemerkt als een economische eenheid, is voldaan aan de vereisten voor een overgang van onderneming als bedoeld in artikel 7:622 BW. De gevorderde verklaring voor recht dat de overgang van de bedrijfsactiviteiten van VVV Soest naar RBT met ingang van 1 april 2015 dient te worden beschouwd als overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 e.v. BW en dat daarmee de arbeidsovereenkomst van werkneemster met VVV Soest, inclusief alle rechten en verplichtingen, is overgegaan van VVV Soest naar RBT, wordt toegewezen.