Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 8 november 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:8957
Sing's B.V./werknemer
Vanaf 1999 heeft werknemer gewerkt als kok in het door Sing’s geëxploiteerde restaurant. Met ingang van 9 december 2011 heeft werknemer zich ziek gemeld en sindsdien is hij arbeidsongeschikt. In 2015 is werknemer twee aparte loonprocedures tegen Sing’s begonnen. In het eindvonnis van 29 juli 2015 heeft de kantonrechter de loonvorderingen van werknemer toegewezen. In incidenteel appel heeft werknemer één grief ontwikkeld tegen het eindvonnis. Ter onderbouwing heeft werknemer aangevoerd dat hij in eerste aanleg per abuis heeft nagelaten te vorderen dat de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad zouden worden verklaard. Sing’s heeft in het incident ten verwere aangevoerd dat werknemer onvoldoende belang heeft bij toewijzing van zijn vordering. Bovendien is het eindvonnis van de kantonrechter van 29 juli 2015 volgens Sing’s gebaseerd op een aantal feitelijke en/of juridische misslagen, zodat er te minder aanleiding is voor het alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaren van genoemd vonnis.
Het hof oordeelt als volgt. De vraag waar het in het incident om gaat is of er voldoende grond bestaat om een beslissing die in een vorige instantie is gegeven, alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren op de voet van artikel 234 Rv. Bij gebreke van een daartoe strekkende vordering, heeft de kantonrechter zijn veroordelingen niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hof zal de incidentele vordering daarom beoordelen aan de hand van de door de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2015:688) geformuleerde maatstaven. Van een juridische misslag is pas sprake wanneer het evident is dat het beroepen vonnis op een vergissing in het recht berust. Daarvan is nog geen sprake wanneer ook een andere beslissing mogelijk was. Sing’s heeft zijn aangehaalde stellingen niet nader uitgelegd. Verder gaat het hof voorbij aan de stelling van Sing’s dat werknemer geen belang bij zijn incidentele vordering heeft, omdat werknemer in eerste aanleg heeft nagelaten de uitvoerbaarverklaring bij voorraad te vorderen. Met haar stelling miskent Sing’s de herkansingsfunctie van het hoger beroep. Ook aan de stelling van Sing’s dat werknemer zijn belang niet heeft gemotiveerd, gaat het hof voorbij. Voor zover de beroepen vonnissen strekken tot betaling van een geldsom, is het belang van werknemer bij voldoening door Sing’s in beginsel gegeven. Dat geldt zeker bij een veroordeling tot betaling van loon, aangezien het loon doorgaans wordt aangewend ter bestrijding van de kosten van levensonderhoud. Het belang van werknemer bij voldoening aan de veroordelingen die betrekking hebben op de wettelijke verhoging, legt naar het oordeel van het hof evenwel minder gewicht in de schaal dan werknemers belang bij voldoening van zijn toegewezen loonvordering. De wettelijke verhoging is immers slechts een (financiële) prikkel voor de werkgever om tot uitbetaling van het verschuldigde loon over te gaan. Naar het oordeel van het hof is een zeker restitutierisico daarmee niet onaannemelijk, maar dat wil nog niet zeggen dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad achterwege dient te blijven, dan wel dat daaraan de door Sing’s gevraagde voorwaarde van zekerheidstelling dient te worden verbonden. Wanneer er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat werknemer – zoals Sing’s stelt – inderdaad niet over enig ander inkomen beschikt dan uit het dienstverband met Sing’s, is het aannemelijk dat werknemer geen zekerheid kan stellen. De voorwaarde van zekerheidstelling zou de uitvoerbaarverklaring bij voorraad daarmee tot een dode letter maken. Alles afwegende zal het hof de in eerste aanleg uitgesproken veroordelingen die betrekking hebben op de betaling door Sing’s van het loon van werknemer, uitvoerbaar bij voorraad verklaren zonder hieraan de voorwaarde van zekerheidstelling te verbinden. Dat betekent dat Sing’s mogelijk geconfronteerd wordt met een zeker restitutierisico. Daar staat tegenover dat het hof de veroordelingen die betrekking hebben op de betaling door Sing’s van de wettelijke verhoging niet uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren. Naar ’s hofs oordeel wordt daarmee voldoende tegemoetgekomen aan het restitutierisico dat Sing’s vreest. De veroordelingen tot afgifte van bruto-nettospecificaties zullen eveneens uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.