Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 14 november 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:9806
werknemer/Stichting Omroep Venlo
Werknemer is in september 2003 bij de Stichting Omroep Venlo (hierna: Omroep Venlo) in dienst getreden in de functie van acquisiteur. Bij beslissing van 1 april 2016 heeft het UWV Omroep Venlo toestemming verleend de arbeidsovereenkomst met werknemer wegens bedrijfseconomische redenen op te zeggen. Bij beslissing van diezelfde datum heeft het UWV verklaard dat de door Omroep Venlo verzochte verklaring dat zij voldoet aan de voorwaarden voor de Overbruggingsregeling transitievergoeding niet kan worden afgegeven, omdat de jaarrekening over 2015 ontbreekt en derhalve niet aan alle voorwaarden voor toepassing van de overbruggingsregeling kan worden getoetst. Omroep Venlo heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd tegen 1 juni 2016. Tussen partijen is thans in geschil of aan werknemer de wettelijke transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 lid 1 BW in samenhang bezien met artikel 7:673a BW toekomt (ad € 14.448,55 bruto), of, zoals namens Omroep Venlo is bepleit, de reeds door haar betaalde (lagere) transitievergoeding, conform de overbruggingsregeling (ad € 3.404,60 bruto).
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter dient aan dezelfde voorwaarden te toetsen als waaraan het UWV de aanvraag om toepassing van de overbruggingsregeling heeft getoetst. Daarbij neemt de kantonrechter als uitgangspunt dat deze toets een volle toets dient te zijn. Het UWV heeft bij beslissing van 1 april 2016 geoordeeld dat Omroep Venlo voldoet aan de in artikel 24 lid 2 onderdeel a Ontslagregeling omschreven voorwaarde. Dit wordt thans door werknemer niet weersproken, zodat de kantonrechter dit als vaststaand aanneemt. Omroep Venlo heeft in het onderhavige geding de jaarrekening over 2015 overgelegd, waaruit blijkt dat het eigen vermogen met € 205.335 negatief was. Daarmee is ook aan de in artikel 24 lid 2 onderdeel b Ontslagregeling genoemde voorwaarde voldaan. Dit geldt eveneens voor de onder c van voornoemd artikel beschreven voorwaarde. Door Omroep Venlo is middels de jaarrekening over 2015 aangetoond dat de vlottende activa kleiner zijn dan de kortlopende schulden. Geconcludeerd wordt dat de overbruggingsregeling van toepassing is.
De kantonrechter komt vervolgens toe aan de beoordeling van de subsidiaire grondslag van werknemer, namelijk dat de transitievergoeding als bedoeld in artikel 7:673 BW in samenhang bezien met artikel 7:673a BW is verschuldigd op grond van de redelijkheid en billijkheid, alsmede goed werkgeverschap, dan wel als zijnde in de vorm van een billijke vergoeding. De kantonrechter overweegt dat alvorens een verzoek op grond van redelijkheid en billijkheid kan slagen, aannemelijk moet zijn dat het toepassen van de overbruggingsregeling in het geval van werknemer onaanvaardbaar is. Werknemer heeft niet aannemelijk weten te maken dat zulks het geval is. Niet blijkt in welk opzicht werknemer verschilt van andere werknemers die op grond van de overbruggingsregeling zich geconfronteerd zien met een lagere transitievergoeding. Ook valt niet in te zien dat Omroep Venlo thans niet handelt zoals van een goed werkgever mag worden verwacht. Dat met de wetenschap van nu mogelijk andere keuzes zouden zijn gemaakt op financieel gebied, maakt niet dat artikel 7:673d BW tegenover werknemer niet mag worden ingeroepen. Tot slot overweegt de kantonrechter dat het beroep op een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 lid 1 BW evenmin tot het door werknemer beoogde doel kan leiden. Een vergoeding op grond van voornoemd artikel is alleen mogelijk in de bij de wet genoemde gevallen. Nu namens werknemer op geen enkele wijze is gesteld dat zich thans een situatie als bedoeld in artikel 7:681 lid 1 BW voordoet, behoeft die stelling geen nadere bespreking meer. Volgt afwijzing van het verzoek van werknemer.