Naar boven ↑

Rechtspraak

Egency B.V./werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 16 november 2016
ECLI:NL:RBGEL:2016:6183

Egency B.V./werknemer

Beroep werkgever op studiekostenbeding in strijd met eisen van goed werkgeverschap en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. In arbeidsovereenkomst opnemen van gefixeerd bedrag aan studiekosten, laat onderbouwing van gemaakte studiekosten onverlet.

Werknemer is op 1 augustus 2013 in dienst getreden bij Egency B.V. (hierna: Egency) in de functie van helpdeskmedewerker. In de arbeidsovereenkomst(en) is onder meer een studiekostenbeding opgenomen. Werkemer heeft de arbeidsovereenkomst op 16 november 2015 opgezegd en is per 1 december 2015 bij een concurrent van Egency in dienst getreden. Egency vordert een verklaring voor recht dat werknemer gehouden is tot nakoming van de tussen partijen getroffen studiekostenregeling en veroordeling van werknemer om aan Egency te voldoen een bedrag ad € 5.123,63.

Naar het oordeel van de kantonrechter is het beroep van Egency op het studiekostenbeding in strijd met de eisen van goed werkgeverschap en in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Egency maakt aanspraak op de kosten voor begeleiding en opleiding van € 4.000 per jaar. Met uitzondering van de (door werknemer erkende) kosten voor een tweetal examens van in totaal € 355,70 inclusief btw, heeft Egency nagelaten de thans gevorderde (studie)kosten genoegzaam met stukken te onderbouwen. De kantonrechter begrijpt de stellingen van Egency aldus dat het gevorderde bedrag onder meer is opgebouwd uit kosten voor een training bij ict.traingen.nl en kosten in verband met wekelijkse (zelf)studie-uren. Weliswaar heeft Egency een factuur van ict.trainingen.nl overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat Egency heeft betaald voor een training aldaar, maar werknemer heeft uitdrukkelijk betwist dat die kosten specifiek voor hem zijn gemaakt. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende aannemelijk geworden dat deze training behoort tot de normale investeringen die een werkgever als goed werkgever in zijn werknemers behoort te doen. Ten aanzien van de gestelde kosten in verband met wekelijkse (zelf)studie door werknemer overweegt de kantonrechter dat vast is komen te staan dat sprake is van studie tijdens werktijd, hetgeen nodig is voor een goede uitoefening van de functie. Nog daargelaten dat Egency ook deze studiekosten geenszins heeft onderbouwd, is de kantonrechter van oordeel dat eventuele kosten vanwege (opgenomen) studie-uren in redelijkheid niet voor rekening van werknemer dienen te komen. Uit de door Egency overgelegde stukken en haar verklaringen ter zitting leidt de kantonrechter af dat zij het feit dat in de arbeidsovereenkomst geen concurrentiebeding is opgenomen, heeft willen compenseren met een vergaand studiekostenbeding. In het beding is een gefixeerd bedrag aan studiekosten per jaar opgenomen. Nauwkeurige lezing van het betreffende artikel leidt tot de conclusie dat werknemer in nagenoeg alle gevallen gehouden is 100% van de studiekosten terug te betalen, omdat de duur van de studie niet is begrensd. Gedurende zijn gehele dienstverband dient werknemer vier uren per week aan studie te besteden. Gelet op de wijze waarop Egency het betreffende studiekostenbeding heeft geformuleerd, is de kantonrechter van oordeel dat het beding in de onderhavige arbeidsrelatie veeleer als een verkapt boetebeding moet worden aangemerkt. Egency wenst aanspraak te maken op (minimaal) € 4.000 per jaar aan studiekosten in het geval de arbeidsovereenkomst – op welke wijze en op welk tijdstip dan ook – eindigt. De facto leidt dit er in de onderhavige situatie toe dat een opzegging van de arbeidsovereenkomst altijd tijdens de opleiding plaatsvindt, zodat toepassing van het studiebeding er steeds toe zal leiden dat werknemer alle studiekosten dient terug te betalen. Gesteld noch gebleken is dat Egency deze vergaande financiële consequenties voldoende met werknemer heeft besproken. Geconcludeerd wordt dat werknemer in redelijkheid niet kan worden gehouden tot vergoeding van de gevorderde (en onvoldoende onderbouwde) studiekosten. Dat in het betreffende studiekostenbeding een gefixeerd bedrag aan studiekosten is opgenomen, laat onverlet dat Egency door haar gemaakte studiekosten voor werknemer genoegzaam met stukken dient te onderbouwen.