Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 6 december 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:5421
ParkKing Beheer B.V./werkneemster
Werkneemster is met ingang van 7 maart 2011 in dienst getreden bij ParkKing in de functie van parkeerwachter. Zij was laatstelijk werkzaam in (een van) de twee parkeergarages die in eigendom toebehoren aan de gemeente. Middels een aanbestedingsprocedure is het beheer van de beide garages met ingang van 29 december 2015 aan Q-Park gegund. Kern van het geschil is de vraag of sprake is van een overgang van onderneming. De kantonrechter heeft de vorderingen van werkneemster gedeeltelijk toegewezen. ParkKing heeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd. Zij heeft geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot het alsnog afwijzen van de vorderingen van werkneemster.
Het hof oordeelt als volgt. Naar de kern genomen strekken de grieven, die zich voor gezamenlijke behandeling lenen, ten betoge dat de vorderingen van werkneemster alsnog dienen te worden afgewezen omdat sprake is van overgang van een onderneming in de zin van artikel 7:662 BW en werkneemster derhalve van rechtswege in dienst is getreden van Q-Park Beheer BV. Op grond van de thans ter beschikking staande gegevens is het hof voorshands van oordeel dat per 29 december 2015 sprake is van een overgang van onderneming. Het hoger beroep is derhalve gegrond. Daartoe wordt het volgende overwogen. Tussen partijen is niet in geschil dat in dit geval is voldaan aan de eis dat de overgang van een onderneming het gevolg is van een overeenkomst. Vervolgens is de vraag of in dit geval de identiteit van de betrokken economische eenheid behouden is gebleven. De aard van de betrokken onderneming, parkeerbeheer, is niet gewijzigd. Het parkeerbeheer in kwestie kan naar het voorlopig oordeel van het hof niet worden beschouwd als een activiteit waarvoor arbeidskrachten de voornaamste factor zijn, omdat daarvoor de benodigde uitrusting noodzakelijk is. Daarbij gaat het om de parkeergarages met de tolpoortjes, slagbomen, betaalautomaten en dergelijke. Het betreft essentiële materiële activa die door de gemeente ter beschikking worden gesteld om het beheer uit te voeren, eerst aan ParkKing, daarna aan Q-Park. In confesso is dat de omstandigheid dat geen eigendomsoverdracht plaatsvindt (het eigendom blijft bij de gemeente) niet relevant is. Dat werkneemster blijkens de omschrijving van haar werkzaamheden tijdens haar diensten de enige werkneemster ter plaatse is, versterkt het onderhavige voorlopige oordeel. Ook indien, zoals werkneemster heeft aangevoerd, het merendeel van de werkzaamheden van het beheer van parkeergarages bestaat uit schoonmaakwerkzaamheden, maakt dit niet dat het parkeerbeheer in kwestie als arbeidsintensief kan worden aangemerkt. Ook het feit dat de gemeente alleen het beheer van de parkeergarages heeft aanbesteed, en niet (ook) de exploitatie daarvan, is in de gegeven omstandigheden niet althans onvoldoende relevant. Het hof merkt nog op dat hier geen sprake is van ‘straat parkeerbeheer’ zoals partijen het noemen (parkeercontrole op straat waarbij een parkeercontroleur langs parkeerplekken gaat om auto’s te controleren), waarbij mogelijk wel sprake kan zijn arbeidsintensieve activiteiten.
Er is voldaan aan het vereiste van ‘een geheel van georganiseerde middelen’ in de zin van artikel 7:662 lid 2 onderdeel b BW. Nu geen vereiste is dat de klantenkring een vaste en individueel bepaalbare groep is, acht het hof het feit dat het gaat om parkeerders die om bepaalde redenen kiezen voor de parkeergarages in kwestie (in dit verband heeft werkneemster genoemd: bezoek aan de retail, aan het stadskantoor en aan het ziekenhuis) voldoende om te kunnen oordelen dat de klantenkring van ParkKing is overgedragen aan Q-Park voor wat betreft de toepassing van artikel 7:662 lid 2 BW. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat deze parkeerders slechts te beschouwen zijn als klanten van de gemeente, en niet (ook) van de beheerder van de parkeergarages. Voor zover werkneemster met betrekking tot de mate waarin de voor en na de overdracht verrichte activiteiten met elkaar overeenkomen stelt dat er een wezenlijk verschil is tussen de wijze waarop Q-Park haar beheer uitvoert en de wijze waarop ParkKing dat uitvoert, volgt het hof haar niet. Alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien wordt de identiteit van betrokken economische eenheid voorshands geacht behouden te zijn gebleven. Voor het overige zijn geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die tot een ander oordeel kunnen leiden. Er zijn al met al voldoende aanwijzingen dat Q-Park een lopend bedrijf heeft overgenomen.