Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Olympia Uitzendbureau
Hoge Raad, 23 december 2016
ECLI:NL:HR:2016:2994

werknemer/Olympia Uitzendbureau

Ontslag wegens 'diefstal' dient te worden opgevat als 'het onbevoegd meenemen en doorzoeken van bagage/post'. Geen strijdigheid met regel van 'onmiddellijke duidelijkheid' en 'fixatiegrondslag'.

(Cassatieberoep op AR 2015-0432) Werknemer is sinds 1 april 2005 in dienst van Olympia. Hij was laatstelijk werkzaam als bagage-/platformmedewerker op de luchthaven Schiphol. Op 7 december 2007 heeft Olympia werknemer op staande voet ontslagen wegens het feit dat in de nacht van 6 op 7 december 2007 door KLM Security Services was vastgesteld dat werknemer zich had schuldig gemaakt aan diefstal uit bagage en postzakken. Werknemer heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen. Volgens het hof is sprake van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, indien komt vast te staan dat werknemer de bagage en postzakken heeft meegenomen (ongeacht het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen). In het onderhavige cassatieberoep staat de vraag centraal of het aan werknemer gegeven ontslag op staande voet wegens ‘diefstal uit bagage en postzakken’ rechtsgeldig is. Werknemer is ter zake strafrechtelijk veroordeeld voor (poging tot) diefstal door de politierechter, maar in hoger beroep vrijgesproken. Het hof oordeelt in de onderhavige op die strafzaak volgende ontslagzaak net als de kantonrechter dat met ‘diefstal’ in de ontslagbrief niet het strafrechtelijke begrip ‘diefstal’ is bedoeld, maar het in strijd met de voorschriften meenemen en doorzoeken van bagage. Dat dit laatste feitelijk is voorgevallen, acht het hof door Olympia bewezen en daarin ziet het hof een dringende reden voor ontslag op staande voet. In cassatie richt werknemer zijn pijlen op de mededelingseis bij ontslag op staande voet. Niet is onderzocht of de aldus meegedeelde dringende reden voor werknemer onmiddellijk kenbaar was. Ook is het fixatiebeginsel miskend en zijn werknemers persoonlijke omstandigheden niet juist en begrijpelijk in de afweging betrokken volgens de klachten, hetgeen ook de kostenveroordeling raakt volgens de laatste voortbouwende klacht.

De advocaat-generaal (Van Peursem) concludeert als volgt. Volgens werknemer heeft het hof uit het oog verloren dat niet volstaat dat de feiten die Olympia met ‘diefstal’ aan het ontslag ten grondslag bedoelde te leggen (nl. het onbevoegd meenemen en doorzoeken van bagage/post) als dringende reden kwalificeren, maar dat daarvoor ook nodig is dat het werknemer onmiddellijk duidelijk was/daarover bij hem gelet op de omstandigheden van het geval in redelijkheid geen enkele twijfel kon bestaan, dat Olympia dat en niets anders bedoelde. Volgens de A-G gaat dit middel niet op. Werknemer wist van de duidelijke spelregels dat niet in eigendommen van derden werd gezocht. Werknemer is de bewuste avond gehoord en geconfronteerd met zijn gedragingen. Daarna volgde ontslag op staande voet. Voor hem moet duidelijk zijn geweest wat de reden van het ontslag was.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.