Rechtspraak
Holterman Fehro c.s./Spies von Büllesheim
Feiten
(Vervolg op HvJ EU 10 september 2015, AR 2015-0867.) De onderhavige zaak betreft een geschil tussen Holterman Ferho Exploitatie BV (hierna: Holterman Ferho Exploitatie), Ferho Bewehrungsstahl GmbH (hierna: Ferho Bewehrungsstahl), Ferho Vechta GmbH (hierna: Ferho Vechta) en Ferho Frankfurt GmbH (hierna: Ferho Frankfurt) (hierna samen: de vier vennootschappen) enerzijds, en de heer Spies von Büllesheim (Duits onderdaan, woonachtig in Duitsland) anderzijds, over de aansprakelijkheid van laatstgenoemde als bestuurder van genoemde vennootschappen en een verzoek hem tot schadevergoeding te veroordelen wegens onbehoorlijk bestuur (€ 1.908.213,29). De vennootschappen betogen primair dat Spies von Büllesheim zich schuldig heeft gemaakt aan onbehoorlijke vervulling van zijn taak als bestuurder en uit dien hoofde aansprakelijk is op grond van artikel 2:9 BW. Ook hebben zij zich beroepen op opzet dan wel bewuste roekeloosheid van Spies von Büllesheim bij de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:661 BW. Subsidiair voeren de vier vennootschappen aan dat de ernstige fouten die Spies von Büllesheim heeft gemaakt bij de uitoefening van zijn functies, meebrengen dat sprake is van onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW. Spies von Büllesheim is voor de Nederlandse rechter gedaagd. De Rechtbank Almelo was van oordeel dat haar noch op grond van artikel 5 punt 1 van Verordening 44/2001 noch op grond van punt 3 van dat artikel bevoegdheid toekwam. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. De Hoge Raad heeft prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU gesteld.
Oordeel Hof van Justitie EU
Het antwoord op de (eerste) prejudiciële vraag luidde dat de artikelen 18-21 EEX-Vo. eraan in de weg staan dat toepassing wordt gegeven aan de bevoegdheidsgronden van artikel 5 aanhef en onder 1, respectievelijk artikel 5 aanhef en onder 3 EEX-Vo., indien een vennootschap – in dit geval X – een persoon die de functies van directeur en van bestuurder van die vennootschap heeft bekleed – in dit geval Spies von Büllesheim – in rechte aanspreekt om de door die persoon in de uitoefening van die functies gemaakte fouten te doen vaststellen en schadevergoeding te verkrijgen, indien die persoon – in dit geval Spies von Büllesheim – in zijn hoedanigheid van directeur en van bestuurder gedurende bepaalde tijd voor en onder het gezag van die vennootschap – in dit geval X – prestaties heeft verricht tegen beloning, hetgeen de nationale rechter dient te verifiëren.
Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt als volgt.
Bestuurder is werknemer ondanks 15% aandeelbelang - rechtbank onbevoegd
Het geding behoeft niet te worden verwezen teneinde te doen vaststellen of in het onderhavige geval is voldaan aan het vereiste dat Spies von Büllesheim in zijn hoedanigheid van directeur en van bestuurder gedurende bepaalde tijd voor en onder het gezag van X prestaties heeft verricht tegen beloning. De stukken van het geding laten immers geen andere conclusie toe dan dat is voldaan aan bedoeld vereiste en dat tussen Spies von Büllesheim en X sprake was van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 18-21 EEX-Vo. Dienaangaande wordt als volgt overwogen. X c.s. hebben gesteld dat Spies von Büllesheim op 25 april 2011 bij X in dienst is getreden als directeur en de relevante arbeidsovereenkomst in het geding gebracht. Blijkens die arbeidsovereenkomst is Spies von Büllesheim gehouden zijn ‘ganze Arbeitskraft ausschlieβlich’ aan X ter beschikking te stellen, onverminderd het recht van Spies von Büllesheim om gelijktijdig als bestuurder van zustervennootschappen van X op te treden, en is het Spies von Büllesheim, behoudens toestemming van de algemene vergadering van aandeelhouders van X, niet toegestaan andere betaalde nevenwerkzaamheden te aanvaarden. Voorts bevat de arbeidsovereenkomst bepalingen over het salaris, het tantième en het aantal vakantiedagen. Ook bepaalt de arbeidsovereenkomst dat deze is aangegaan voor een periode van vijf jaar, en steeds voor een periode van twee jaar stilzwijgend wordt verlengd, behoudens opzegging met inachtneming van een termijn van twaalf maanden. Ten slotte dient in cassatie weliswaar tot uitgangspunt dat Spies von Büllesheim een ‘15%-aandelenbelang in X’ bezat, maar in de arbeidsovereenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat Spies von Büllesheim zich dient te richten naar de schriftelijke aanwijzingen van de algemene vergadering van aandeelhouders van X. Spies von Büllesheim heeft zich eveneens op het standpunt gesteld dat hij als bestuurder een arbeidsovereenkomst met X is aangegaan, en heeft daartoe verwezen naar de door X c.s. in het geding gebrachte arbeidsovereenkomst. Het vorenstaande betekent dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de Rechtbank Almelo (thans de Rechtbank Overijssel) niet bevoegd is om kennis te nemen van de door X tegen Spies von Büllesheim ingestelde vordering.