Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 24 januari 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:48
Maverick Valves BV/werknemer
Feiten
Werknemer op 5 januari 2015 in dienst getreden bij Maverick Valves BV (hierna: Maverick). De arbeidsovereenkomst is gesloten voor de duur van een jaar. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding opgenomen. Op 20 november 2015 heeft Maverick aan werknemer meegedeeld dat zijn contract niet zou worden verlengd. Per 1 maart 2016 is werknemer in dienst getreden bij Red Point Alloys BV (hierna: Red Point). Bij brief van 24 april 2016 heeft Maverick werknemer geschreven dat hij een boete is verschuldigd wegens overtreding van het concurrentiebeding. Werknemer vordert in de onderhavige zaak onder meer vernietiging van het concurrentiebeding met ingang van 1 maart 2016. De kantonrechter heeft deze vordering van werknemer toegewezen, nadat Maverick niet binnen de door de kantonrechter gestelde termijn voor antwoord had gediend. Tegen dit vonnis komt Maverick in hoger beroep.
Oordeel
Belangenafweging
Tussen partijen is niet in geschil dat Maverick en Red Point concurrerende ondernemingen zijn, dat Red Point is gevestigd binnen een straal van 50 kilometer van Schiedam en dat werknemer zonder toestemming van Maverick in dienst is getreden bij Red Point, zodat hij in beginsel het concurrentieverbod heeft overtreden. Werknemer is op de afsluiterbranche aangewezen om op korte termijn in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien. Hij heeft nadat zijn contract bij Maverick niet was verlengd (ook) serieus gesolliciteerd naar functies buiten die branche, maar dat is niet succesvol gebleken. Dat hij op die branche is aangewezen ligt gelet op zijn werkervaring overigens ook voor de hand. Werknemer is immers sinds zijn afstuderen werkzaam in de afsluiterbranche. Ter comparitie is gebleken dat werknemer, voordat hij in dienst trad bij Maverick, in dienst is geweest bij twee andere werkgevers, waar hij op het gebied van afsluiters werkzaam was. De werkervaring van werknemer in de afsluiterbranche is in overwegende mate opgedaan voorafgaand aan het dienstverband bij Maverick en slechts in zeer beperkte mate bij Maverick. Het dienstverband bij Maverick is, zeker in verhouding tot de daarvoor opgedane werkervaring, van korte duur geweest. Gesteld noch gebleken is dat Maverick overigens heeft geïnvesteerd in kennis van werknemer op het gebied van afsluiters. Het concurrentiebeding komt erop neer dat werknemer gedurende een jaar niet werkzaam kan zijn binnen de afsluiterbranche. Zoals Maverick bij de comparitie naar voren heeft gebracht bevinden alle concurrenten van Maverick zich in een straal van 50 kilometer vanaf Schiedam. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen betekent dat dat werknemer vanwege het concurrentiebeding gedurende een jaar niet in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien. Tegenover het zwaarwegende belang van werknemer om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, staat het door Maverick gestelde belang bij het concurrentiebeding, namelijk bescherming van haar bedrijfsdebiet. Het hof onderkent dit belang, maar acht dit wezenlijk minder zwaarwegend dan het belang van werknemer om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, en dus in de afsluiterbranche en daarmee bij Red Point werkzaam te kunnen zijn. Daarbij wordt mede meegewogen dat Maverick volstaat met de algemene stelling dat werknemer kennis heeft van bedrijfsgevoelige informatie, die hij kan gebruiken bij zijn functie bij Red Point. Juist moge zijn dat, zoals Maverick stelt, het ondoenlijk is aan te tonen dat Maverick daadwerkelijk schade lijdt, feit is echter dat Maverick niet concreet heeft gemaakt welke kennis werknemer specifiek bij Maverick heeft opgedaan, en dat hij die kennis gebruikt of zou kunnen gebruiken bij zijn functie bij Red Point. Hierbij wordt voorts meegewogen dat werknemer feitelijk nog geen jaar bij Maverick heeft gewerkt. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor de duur van een jaar. Zonder opgaaf van redenen is aan werknemer medegedeeld dat zijn contract niet zou worden verlengd, waarbij werknemer op verzoek van Maverick reeds op 20 november 2011 is gestopt met zijn werkzaamheden. Daarmee is werknemer door toedoen van Maverick, maar zonder kenbare reden, in een situatie gebracht dat hij op zoek moest gaan naar ander werk. Volgt bekrachtiging van het bestreden vonnis.