Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 21 februari 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:844
werkgeefster/werkneemster
Feiten
Werkneemster is op 1 juli 2013 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van incassomedewerker. Vanaf 30 november 2015 is werkneemster arbeidsongeschikt. Werkgeefster verzoekt thans de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen (e-grond) en subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Werkgeefster heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat werkneemster zich niet als goed werknemer heeft gedragen door zich niet aan de re-integratieverplichtingen te houden.
Oordeel
Artikel 7:671b lid 5 aanhef en onderdeel b BW bepaalt dat het verzoek om ontbinding dat is gegrond op artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW in verband met het zonder deugdelijke grond door de werknemer niet nakomen van de verplichtingen als bedoeld in artikel 7:660a BW (de re-integratieverplichtingen), moet worden afgewezen, indien de werkgever niet beschikt over een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 7:629a BW, tenzij het overleggen van deze verklaring in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd. Werkgeefster heeft geen deskundigenoordeel in het geding gebracht. Daartoe heeft zij gesteld dat werkneemster geen toestemming gaf voor het opnieuw maken van een afspraak voor de intake in het kader van de second opinion en zich ook onbereikbaar hield om dit aan haar te vragen. Werkneemster heeft toegelicht dat zij hiermee de intake en second opinion van een andere instelling (dan het UWV) bedoelde. Het door die instelling te geven oordeel is geen deskundigenoordeel in de zin van artikel 7:671b lid 5 onderdeel b in verbinding met artikel 7:629a BW, omdat daarin niet wordt ingegaan op de vraag of werkneemster haar re-integratieverplichtingen al dan niet nakomt. Verder heeft werkgeefster gesteld dat werkneemster zich onbereikbaar hield voor een second opinion, maar dit kan haar niet baten nu gebleken is dat werkneemster niet is opgeroepen voor een deskundigenoordeel bij het UWV en werkneemster bovendien gemotiveerd betwist heeft dat zij zich onbereikbaar hield. Uit het voorgaande volgt dat werkgeefster ten onrechte geen verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 7:629a BW overgelegd heeft. Gelet op het bepaalde in artikel 7:671b lid 5 onderdeel b BW, dient het verzoek van werkgeefster tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond reeds hierom te worden afgewezen. Werkgeefster heeft aan haar subsidiaire verzoek dezelfde feiten ten grondslag gelegd als aan haar primaire verzoek. De kantonrechter is van oordeel dat het een ontoelaatbare doorkruising zou opleveren van het bepaalde in artikel 7:671b lid 5 BW om in deze omstandigheden wel te ontbinden op de g-grond. De strekking van artikel 7:671b lid 5 BW en de waarborg van een deskundigenoordeel, zouden hiermee immers tenietgedaan worden. Het ontbindingsverzoek van werkgeefster wordt dan ook afgewezen.