Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 13 februari 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:1415
Stichting voor Educatie en Beroepsonderwijs Zadkine/werknemer
Feiten
Werknemer is sinds 1997 werkzaam bij Zadkine, aanvankelijk in de functie van leraar en met ingang van 1 januari 2011 in de functie van zorgcoördinator. Begin januari 2016 hebben drie studentes bij hun teamleiders een klacht over werknemer ingediend. De klachten betreffen gedrag, aanrakingen en opmerkingen van werknemer die de studentes als ongewenst en seksueel getint hebben ervaren. Werknemer is geschorst en er is een onderzoek ingesteld naar de klachten. Zadkine verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens ernstig verwijtbaar handelen.
Oordeel
Als zorgcoördinator is werknemer de schakel tussen de zorgvraag van studenten en het zorgaanbod, is hij verantwoordelijk voor de signalering en coördinatie van de aan de studenten geboden zorg en speelt hij een rol bij de doorverwijzing van studenten naar een zorgaanbieder. Dat werknemer voor een juiste doorverwijzing gesprekken met studenten moet voeren en dat daarbij soms moet worden doorgevraagd om de specifieke problematiek van studenten te kunnen duiden, is begrijpelijk. Volstrekt onbegrijpelijk is echter dat werknemer tijdens gesprekken met jonge, vrouwelijke studenten fysiek contact met hen maakt (onder meer door middel van de valoefening) en hen ook vragen met een seksueel karakter (onder meer vragen over lichaamsdelen en seksuele ervaring) stelt. De door werknemer gegeven verklaring voor zijn gedrag is niet overtuigend, omdat tijdens de mondelinge behandeling onweersproken namens Zadkine is verklaard dat de andere zorgcoördinatoren geen gebruik maken van de valoefening. Bovendien is werknemer niet opgeleid tot therapeut/psycholoog en is hij ook niet bevoegd om als zodanig te handelen. Daar komt bij dat de problemen waarmee de studentes naar werknemer toekwamen geen enkele aanleiding gaven om intieme, seksueel getinte vragen aan hen te stellen. In het bijzonder gelet op de machtsverhouding tussen werknemer als schoolfunctionaris en de kwetsbare jonge, vrouwelijke studentes en hun afhankelijkheid van zijn zorgtaak heeft werknemer de grenzen van de hem opgedragen taak en de hem verleende bevoegdheid in ernstige mate overschreden, ook indien er daarbij van uit wordt gegaan dat werknemer de intentie had om de studentes te helpen, zoals hij te zijner verdediging aanvoert. Voor het standpunt van werknemer dat de verklaringen van de studentes op elkaar zijn afgestemd, heeft werknemer geen begin van bewijs overgelegd. Anders dan werknemer meent, blijkt uit de overgelegde stukken dat Zadkine naar aanleiding van de klachten zorgvuldig heeft gehandeld. De conclusie van de Onderzoekscommissie is in het adviesrapport opgenomen en die conclusie is duidelijk: werknemer heeft door zijn seksueel getinte opmerkingen/vragen en de valoefening met fysiek contact tussen werknemer en de studentes voor deze studentes een onveilige situatie gecreëerd en dat valt hem te verwijten. De kantonrechter sluit zich bij deze conclusie aan, waarbij de kantonrechter de grensoverschrijdende gedragingen, vragen en opmerkingen van werknemer in het kader van deze procedure als ernstig verwijtbaar kwalificeert. Niet alleen heeft hij de betrokken studentes door zijn grensoverschrijdende gedrag benadeeld, hij heeft daarmee ook hun vertrouwen in de door Zadkine geboden zorg en hulpverlening en haar goede naam als veilige onderwijsinstelling ernstig geschaad. Verder neemt de kantonrechter in aanmerking dat werknemer noch in zijn verweerschrift noch tijdens de mondelinge behandeling enige blijk van zelfreflectie heeft gegeven en/of heeft onderkend dat zijn opmerkingen, vragen en gedrag ten opzichte van de vrouwelijke studentes niet door de beugel kunnen. De arbeidsovereenkomst wordt per 15 februari 2017 ontbonden. Zadkine is geen transitievergoeding verschuldigd.