Rechtspraak
werknemer/Botobe B.V.
Feiten
Werknemer is op 15 oktober 2005 in dienst getreden bij de rechtsvoorganger van Botobe. Op 18 juli 2016 heeft Botobe bij het UWV voor werknemer een ontslagvergunning aangevraagd en tegelijk een aanvraag voor een verklaring overbruggingsregeling transitievergoeding ingediend. Op 26 augustus 2016 heeft het UWV ontslagvergunning verleend. Ook heeft het UWV een verklaring overbruggingsregeling afgegeven en verklaard dat Botobe niet aan alle voorwaarden voldoet. Werknemer verzoekt betaling van de transitievergoeding van € 7106 bruto.
Oordeel
Datum einde arbeidsovereenkomst
Het niet-ontvankelijkheidsverweer van Botobe wordt verworpen. In het verzoekschrift is Botobe B.V. aangeduid als Botebe B.V. Een dergelijke verkeerde naamsaanduiding leidt niet tot niet-ontvankelijkheid. Bij aangetekende brief d.d. 30 augustus 2016 heeft Botobe de arbeidsovereenkomst, met inachtneming van een opzegtermijn van één maand, opgezegd tegen 30 september 2016. Werknemer heeft aangevoerd dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst hem eerst op 1 oktober heeft bereikt, hetgeen de opzegtermijn zou moeten oprekken tot 1 november 2016 en niet 1 oktober 2016. Daartegenover heeft Botobe – onweersproken – gesteld en met stukken onderbouwd dat de opzegging heeft plaatsgevonden bij gewone en bij aangetekende brief van 30 augustus 2016, dat de aangetekende brief door PostNL op 31 augustus 2016 aan werknemer is aangeboden, daarna nogmaals op 1 september 2016 en door werknemer op de locatie van PostNL is opgehaald op 3 september 2016. Dit betekent dat de opzeggingsbrief tijdig, voor 1 september 2016, aan werknemer is aangeboden. De arbeidsovereenkomst is dan ook geëindigd per 1 oktober 2016.
Toepassing overbruggingsregeling transitievergoeding
Ingevolge artikel 8 van de Regeling UWV Ontslagprocedure geeft het UWV op verzoek van de werkgever, bedoeld in artikel 7:673d lid 1 BW, die een verzoek om toestemming heeft ingediend, een oordeel over de toepasselijkheid van de voorwaarden, bedoeld in artikel 24 lid 2 onderdeel a tot en met c van de Ontslagregeling. Op 26 augustus 2016 heeft het UWV Botobe ontslagvergunning voor werknemer verleend en een verklaring overbruggingsregeling transitievergoeding afgegeven waarin is vermeld dat Botobe niet aan alle voorwaarden voldoet. Indien Botobe het niet eens is met de beslissing van het UWV had het op haar weg gelegen te dien aanzien een verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen. Daarbij geldt overeenkomstig artikel 7:686a lid 4 onderdeel b BW een vervaltermijn van drie maanden nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, i.e. 1 oktober 2016. De kantonrechter leest het verweer van Botobe aldus dat het verweer tevens inhoudt een zelfstandig tegenverzoek (primair) strekkende tot toekenning aan werknemer van een transitievergoeding op grond van artikel 7:673d lid 1 BW. Ook ten aanzien van een zelfstandig tegenverzoek geldt overeenkomstig artikel 7:686a lid 4 onderdeel b BW een vervaltermijn van drie maanden nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Deze vervaltermijn dient door de kantonrechter ambtshalve te worden toegepast. Een en ander is ter zitting niet aan de orde geweest. Alvorens nader te beslissen, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte hierover uit te laten. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.