Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 7 maart 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:388
werkneemster/Vopak Global Information Services BV
Feiten
Werkneemster is sinds 1980 in dienst bij Vopak Global Information Services BV (hierna: Vopak). Op de arbeidsovereenkomst is de Vopak-cao (hierna: de cao) van toepassing. In de cao van 2015 is in artikel 2.9.5 bepaald dat bij ontbinding van het dienstverband door Vopak, aan de werknemer een transitievergoeding wordt toegekend van € 6000 bruto per dienstjaar. Medewerkers waarvan het dienstverband wordt beëindigd vanwege arbeidsongeschiktheid (WIA-WGA-uitkering) zijn uitgezonderd in deze bepaling. Vopak heeft in 2016 de arbeidsovereenkomst met werkneemster opgezegd wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Aan werkneemster is de wettelijke transitievergoeding betaald. Werkneemster ontvangt thans een IVA-uitkering. Werkneemster verzoekt Vopak te veroordelen tot betaling aan werkneemster van de transitievergoeding conform de cao. Daarbij heeft zij aangevoerd dat zij weliswaar arbeidsongeschikt is, maar niet valt onder de in de cao opgenomen uitzondering, nu zij niet de genoemde WIA/WGA-uitkering ontvangt maar een IVA-uitkering, welke uitkering juist niet in de uitzonderingsbepaling is benoemd. De kantonrechter heeft de vordering van werkneemster afgewezen. Tegen dit vonnis komt zij in hoger beroep.
Oordeel
Uitleg cao-bepaling
De uitzondering in artikel 2.9.5 van de cao laat geen andere uitleg toe dan dat van de transitievergoeding zijn uitgezonderd werknemers van wie het dienstverband wordt beëindigd vanwege arbeidsongeschiktheid. Dat het daarbij gaat om arbeidsongeschikten met een WIA-uitkering ligt voor de hand. Zoals Vopak terecht naar voren heeft gebracht, kan het dienstverband van arbeidsongeschikte werknemers die niet in aanmerking komen voor een WIA-uitkering in beginsel niet (vanwege die arbeidsongeschiktheid) worden beëindigd, tenzij de werknemer instemt met de beëindiging. Tussen partijen is in geschil in hoeverre aan de toevoeging ‘(WIA/WGA-uitkering)’ in de uitzonderingsbepaling, zelfstandige betekenis toekomt. Van een zelfstandige betekenis als bedoeld, is geen sprake. Het gaat hier slechts om een onvolkomenheid in de tekst van de cao. De taalkundige uitleg van de bepaling brengt mee dat van de transitievergoeding zijn uitgezonderd alle werknemers van wie het dienstverband wordt beëindigd wegens arbeidsongeschiktheid. Als bedoeld zou zijn hiervoor een uitzondering aan te nemen voor arbeidsongeschikten met een IVA-uitkering, dan zou dat, gelet op het belang daarvan, met zoveel woorden in de cao zijn opgenomen; het ligt niet voor de hand dat een uitzondering voor arbeidsongeschikte werknemers met een IVA-uitkering impliciet moet worden afgeleid uit de tussen haakjes opgenomen woorden ‘WIA/WGA-uitkering’. Bij dit oordeel wordt ook betrokken dat de door werkneemster voorgestane uitleg (namelijk dat, nu de WGA wel is vermeld en de IVA niet, alleen arbeidsongeschikte werknemers met een WGA-uitkering zijn uitgezonderd) zou leiden tot een ongelijke behandeling van de twee verschillende categorieën arbeidsongeschikte werknemers en daarmee tot niet-aannemelijke rechtsgevolgen. Een WGA-uitkering is bedoeld voor werknemers die langer dan twee jaar ziek zijn en in de toekomst weer kunnen gaan werken; een IVA-uitkering is bedoeld voor werknemers die niet of nauwelijks kunnen werken en voor wie er slechts een kleine kans is dat zij in de toekomst weer aan de slag kunnen. In de lezing van werkneemster zou een niet te rechtvaardigen onderscheid worden gemaakt tussen arbeidsongeschikte werknemers aan wie een WGA-uitkering is toegekend, die in deze uitleg geen aanspraak zouden hebben op de transitievergoeding, en arbeidsongeschikte werknemers met een IVA-uitkering, die in deze uitleg wel aanspraak zouden kunnen maken op de transitievergoeding. Werkneemster rechtvaardigt dit onderscheid met de gedachtegang dat een werkgever meer kosten moet maken ten behoeve van de re-integratie van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer voor een werknemer die geheel en blijvend arbeidsongeschikt is. Dat zou betekenen dat door Vopak intern te maken kosten in rekening gebracht worden aan de arbeidsongeschikte werknemer, en wel door een IVA-gerechtigde wel, en een WGA-gerechtigde geen transitievergoeding op grond van de cao toe te kennen. Uit niets blijkt dat de cao-partijen deze bedoeling hebben gehad met de toevoeging ‘(WIA/WGA uitkering)’ in artikel 2.9.5. Daar komt bij dat het uitgangspunt van de cao juist is dat beide groepen werknemers materieel hetzelfde worden behandeld. Zij ontvangen beiden in het derde tot en met zesde jaar van arbeidsongeschiktheid (krachtens art. 5.4 van de cao) een aanvulling op de WIA-uitkering tot hetzelfde inkomensniveau. Dit is een bij de uitleg in aanmerking te nemen aanwijzing dat WGA- en IVA-gerechtigde werknemers op grond van de cao gelijk worden behandeld en bevestigt dat de in artikel 2.9.5 genoemde uitzondering betrekking heeft op beide groepen WIA-gerechtigden. Volgt bekrachtiging van het bestreden vonnis.