Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten/HBM Talent B.V. c.s.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 1 maart 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:934

Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten/HBM Talent B.V. c.s.

Aandelenoverdracht uitzendbureau om aan persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder te ontkomen en verhaal onmogelijk te maken. Cao voor Uitzendkrachten niet nageleefd. Voormalig bestuurder is aansprakelijk.

Feiten

HBM Talent is actief geweest als uitzendbureau in de zin van de cao’s voor Uitzendkrachten. A is tot 19 februari 2016 (middellijk) enig aandeelhouder en enig bestuurder geweest van HBM Talent. Op 19 februari 2016 is hij in deze hoedanigheden opgevolgd door B. HBM Talent is niet aangesloten bij enige werkgeversorganisatie in de uitzendbranche. Zij valt onder de werkingssfeer van de NBBU‑cao gedurende de periode dat deze algemeen verbindend verklaard is geweest. Op 13 februari 2015 heeft Providius in opdracht van SNCU een definitieve rapportage opgemaakt, waarin is vermeld dat met betrekking tot een tiental (ex-)werknemers van HBM Talent de NBBU‑cao niet correct is nageleefd. SNCU heeft vorderingen ingesteld tegen HBM Talent, A en B en verzoekt onder meer dat HBM Talent en B worden veroordeeld tot naleving van de cao’s voor Uitzendkrachten. Ook vordert SNCU dat HBM Talent wordt veroordeeld tot nabetaling over te gaan van de materiële schadelast van € 17.481 aan de betrokken werknemers. A voert verweer. HBM Talent en B zijn niet verschenen.

Oordeel

Nu HBM Talent en B op de juiste wijze zijn gedagvaard, wordt verstek verleend. De kantonrechter zal zijn beslissing met betrekking tot deze vorderingen aanhouden totdat op de vorderingen tegen A zal zijn beslist.

Persoonlijke aansprakelijkheid A

Volgens A is de enkele omstandigheid dat HBM Talent haar cao‑verplichtingen eventueel niet is nagekomen onvoldoende om persoonlijke aansprakelijkheid aan te nemen. Hij heeft immers meegewerkt aan het onderzoek, en de in het rapport geconstateerde overtredingen (die hij overigens in deze procedure gemotiveerd heeft betwist) zijn onvoldoende ernstig om hoofdelijke aansprakelijkheid aan te nemen. De SNCU stelt echter dat A controle op de nabetalingen en een aangekondigd heronderzoek heeft gefrustreerd door de aandelen over te dragen aan de opvolgend bestuurder B zonder zeker te stellen dat deze hercontrole doorgang kon vinden. Voorts is namens de SNCU ter comparitie verklaard dat haar gemachtigde in februari 2016 een brief aan de toenmalige gemachtigde van HBM Talent heeft geschreven met onder andere de aankondiging dat A persoonlijk aansprakelijk zou worden gesteld, en dat deze brief voor zover de gemachtigde van de SNCU zich herinnert per aangetekende post tevens aan het huisadres van A is gezonden. A heeft niet betwist dat hij deze brief heeft ontvangen, zodat de kantonrechter daarvan uitgaat. Op grond van deze omstandigheden acht de kantonrechter voorshands bewezen dat de overdracht van de aandelen en het terugtreden als bestuurder door A door deze persoonlijke aansprakelijkstelling is ingegeven, zoals de SNCU in de dagvaarding ook stelt. A heeft hier te weinig tegenovergesteld. De aandelenoverdracht en de bestuurderswisseling door A hadden ten doel verhaal onmogelijk te maken. Uit de omstandigheid dat HBM Talent inmiddels geen activiteiten meer ontplooit kan namelijk worden afgeleid dat verhaal door de SNCU op deze vennootschap inmiddels onmogelijk is geworden. Aan A kan dus een persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt, om welke reden hij voor de daardoor ontstane schade aansprakelijk is.

Rapportage Providius

A heeft tevens uitgebreid gemotiveerd verweer gevoerd tegen de inhoud en strekking van de definitieve rapportage van Providius. Nu de SNCU ter comparitie onvoldoende in de gelegenheid geweest om op dit verweer te reageren zal de kantonrechter haar in de gelegenheid stellen dit alsnog te doen. Volgt aanhouding van de zaak.