Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 22 maart 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:2568
werkneemster/AB Werkt Service IV B.V.
Feiten
Werkneemster is met ingang van 21 maart 2011 bij (de rechtsvoorgangster van) AB Werkt IV in dienst getreden als agrarisch medewerkster op basis van een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd. Op 16 oktober 2016 waren de gewasverzorgingswerkzaamheden als overeenkomen in de uitzendovereenkomst ingaande 4 juli 2016 voltooid. Werkneemster verzoekt AB Werkt IV te veroordelen, voorwaardelijk, tot betaling van de transitievergoeding van € 3226,67 bruto ex artikel 7:673 BW en artikel 15a van de ABU-cao.
Oordeel
Het gaat in deze zaak om de vraag, voor het geval op een later tijdstip onherroepelijk komt vast te staan dat de laatste arbeidsovereenkomst van werkneemster van rechtswege is geëindigd, op wiens initiatief er een einde is gekomen aan het dienstverband, althans op wiens initiatief het dienstverband niet is voortgezet. De kantonrechter is ambtshalve bekend met de uitspraak in het door werkneemster aanspannen kort geding, waarin wordt geoordeeld dat de laatste arbeidsovereenkomst er één was voor bepaalde tijd en welke arbeidsovereenkomst is geëindigd met het eindigen van het project, te weten de gewasverzorging, op 16 oktober 2016. Wat het onherroepelijke oordeel ten aanzien van de duur van het dienstverband ook zal zijn, naar het oordeel van de kantonrechter is niet voldaan aan het vereiste dat het dienstverband op initiatief van de werkgever niet aansluitend is voortgezet. AB Werkt IV heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij aansluitend aan de gewasverzorgingswerkzaamheden oogstwerkzaamheden heeft aangeboden. Werkneemster heeft zulks ter terechtzitting van 23 februari 2017 ook bevestigd. De werkzaamheden zouden dan op grond van een nieuwe overeenkomst dienen te worden verricht. Van dit werkaanbod heeft werkneemster geen gebruik gemaakt. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst niet is voortgezet door toedoen van werkneemster zelf en de werknemer dan ingevolge artikel 7:673 BW (en art. 15a onderdeel 3 cao) geen recht heeft op een transitievergoeding.