Rechtspraak
X/AB Werkt IV B.V.
Feiten
AB Werkt Service IV B.V. (hierna: AB Werkt) is een uitzendbureau waarvan de activiteiten bestaan uit het tijdelijk ter beschikking stellen van arbeidskrachten aan bedrijven in de agrarische sector. X is in de afgelopen jaren – op basis van diverse payroll- en/of uitzendovereenkomsten – in dienst geweest bij AB Werkt en werd daarbij uitgeleend aan verschillende bedrijven. De laatste uitzendovereenkomst is gesloten voor de duur van een project, met als overeengekomen eindmoment de afloop van de gewasverzorgingsperiode. Op 16 oktober 2016 is deze periode afgerond. X heeft na 16 oktober 2016 niet meer gewerkt en geniet vanaf die datum een WW-uitkering. Thans is in geschil in welke uitzendfase X zich op 16 oktober 2016 bevond: in fase B of in fase C.
Oordeel
Cruciaal in deze procedure is de vraag of er sprake is van een fase B- dan wel een fase C-contract. Hiervoor is van belang om vast te stellen of er sprake is opvolgend werkgeverschap (in de zin van art. 7 ABU-cao) enerzijds van AB Werkt naar een andere uitzendonderneming waarvoor X werkzaamheden heeft verricht (hierna: AUB) en vervolgens van AUB naar AB Werkt. Voor wat betreft de overgang van AUB naar AB Werkt overweegt de kantonrechter dat er niet is voldaan aan het vereiste van artikel 7 lid 2 van de ABU-cao. Met name is niet gebleken dat AB Werkt gevraagd heeft naar het werkverleden van X. Daarover is ter zitting verklaard dat er altijd een inlichtingenformulier bij het contract zit dat door de aspirant-uitzendkracht ingevuld en ondertekend dient te worden. Uitgerekend bij deze overgang ontbreekt dit formulier. Daarmee kan er voorshands van uitgegaan worden dat X geen informatie verstrekt heeft, maar ook dat AB Werkt er niet om gevraagd heeft, hetgeen volgens de cao wel een vereiste is. Dat betekent dat het ontbreken van informatie over het werkverleden niet aan AB Werkt kan worden tegengeworpen, zodat de kantonrechter bij deze overgang opvolgend werkgeverschap aanneemt. Anders ligt dat bij de overgang AB Werkt – AUB. Op geen enkele wijze is gebleken hoe en of AUB om inlichtingen gevraagd heeft en op welke wijze X hierop geantwoord heeft. Nu AUB geen partij is in deze procedure valt dit ook niet makkelijk vast te stellen. Het gevolg daarvan is dat de kantonrechter in het kader van dit kort geding niet kan vaststellen dat opvolgend werkgeverschap aan de orde is. Hetgeen dan ook niet zal worden aangenomen. Dat betekent vooralsnog dat er bij AUB een nieuwe reeks arbeidsovereenkomsten in fase B is gestart, nu AUB immers een andere uitzendorganisatie is dan AB Werkt. Fase B was op 16 oktober 2016 nog niet voltooid. Gevolg van dit alles is dat X op 16 oktober 2016 nog in fase B verkeerde en dat de arbeidsovereenkomst met het beëindigen van de gewasverzorging geëindigd is.