Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Swalm en Roer voor Onderwijs en Opvoeding
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 21 maart 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:1104

werknemer/Stichting Swalm en Roer voor Onderwijs en Opvoeding

Er is geen grondslag voor de vordering tot uitbetaling van opgebouwde BAPO-uren na ontbinding arbeidsovereenkomst. Baijingsleer.

Feiten

Werknemer is sinds 1977 in dienst bij Stichting Swalm en Roer voor Onderwijs en Opvoeding (hierna: Stichting Swalm en Roer). In zijn arbeidsovereenkomst is een bepaling opgenomen over verlof in het kader van bevordering arbeidsparticipatie ouderen (BAPO). Op grond van de in deze bepaling neergelegde voorziening heeft werknemer een aanspraak op 1800 BAPO uren opgebouwd, in vrije tijd op te nemen. Op 20 juni 2014 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden wegens een verandering in de omstandigheden. Werknemer vordert veroordeling van Stichting Swalm en Roer tot betaling van 1800 uur opgebouwde en niet genoten BAPO-rechten, dan wel te bepalen dat Stichting Swalm en Roer een inleg in het pensioenfonds van werknemer dient te doen op basis van de loonwaarde van 1800 BAPO-uren. In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vorderingen van werknemer afgewezen. De kantonrechter heeft daartoe onder verwijzing naar de Baijingsleer overwogen dat voor een aparte beoordeling van de voor werknemer verloren gegane aanspraken op het BAPO-tegoed in een separate procedure na de ontbindingsbeschikking geen plaats (meer) is. Tegen dit vonnis komt werknemer in hoger beroep.

Oordeel

Uitbetaling opgebouwde BAPO-uren

Noch uit de arbeidsovereenkomst tussen partijen, noch uit enige cao-bepaling waarnaar verwezen wordt blijkt dat Stichting Swalm en Roer gehouden is tot uitbetaling van de waarde van eventueel opgebouwde en niet-genoten BAPO-uren.

De BAPO-regeling voorziet uitsluitend in de mogelijkheid om opgebouwde BAPO-uren onder bepaalde voorwaarden om te zetten in verlof. Ook uit de inhoud van producties 5 en 6, waarnaar werknemer in eerste aanleg heeft verwezen, valt een dergelijke verplichting tot uitbetaling niet af te leiden. Werknemer geeft geen motivering voor zijn redenering dat niet-genoten BAPO-uren moeten worden vergoed tegen loon. Voor zover hij zijn vordering bedoelt te baseren op artikel 7:641 BW, wordt die grondslag verworpen (vgl. HR 6 februari 1998, NJ 1998/351). Voor zover werknemer bedoelt te stellen dat Stichting Swalm en Roer op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) gehouden is om de BAPO-uren alsnog uit te betalen omdat zij werknemer in staat heeft gesteld die uren tijdens de arbeidsovereenkomst als verlof op te nemen, wordt als volgt overwogen. Gelet op de aard van de BAPO-regeling mocht werknemer er niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat hij na ontbinding van de arbeidsovereenkomst (alsnog) recht zou hebben op uitbetaling van opgebouwde BAPO-uren. Daarnaast blijkt niet dat Stichting Swalm en Roer onzorgvuldig heeft gehandeld. Zo is haar ontbindingsverzoek op grond van een verandering in de omstandigheden toegewezen en heeft de kantonrechter bij de bepaling van de hoogte van de ontbindingsvergoeding overwogen dat de verwijtbaarheid aan de zijde van werknemer het meest zwaarwegend is. Uit niets blijkt dat bij Stichting Swalm en Roer de bedoeling heeft voorgezeten om haar verplichtingen uit hoofde van de BAPO-regeling jegens werknemer niet na te komen. Werknemer heeft nog aangevoerd dat BAPO-rechten van collega’s X en Y wel zijn gerespecteerd. Aan die collega’s is echter evenmin enige betaling gedaan. Zij zijn enkel in staat gesteld om de BAPO-uren in verlof om te zetten voorafgaand aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Volgt bekrachtiging van het bestreden vonnis.